Ministers waren het oneens over wie er als eerste een coronavaccin kreeg, blijkt bij verhoor topambtenaar
In dit artikel:
Eind 2020 botsten ministeries binnen het kabinet-Rutte over de Nederlandse coronavaccinatiestrategie. Volgens Marjolijn Sonnema, toen topambtenaar bij VWS, volgde zorgminister Hugo de Jonge het advies om eerst de oudste Nederlanders te prikken, terwijl ministers Wopke Hoekstra, Eric Wiebes en Wouter Koolmees juist wilden starten bij groepen tussen 70 en 75 jaar om de zorgdruk sneller te verlagen en de economie eerder te openen.
Sonnema vertelde tijdens haar verhoor bij de parlementaire enquête Corona dat VWS in die periode vooral op vaart inzette en geen ruimte zag voor een alternatief plan. De ministerraad ging uiteindelijk akkoord met de lijn van VWS, maar intern bleef het conflict maanden sudderen. Ambtenaren van Financiën en Economische Zaken klaagden volgens de commissie dat VWS moeilijk bereikbaar was en dat zij wilden weten of de strategie nog bijgesteld kon worden.
Een belangrijk probleem was dat het kabinet te sterk leunde op het AstraZeneca-vaccin, dat vertraging opliep. Daardoor moest Nederland anders organiseren dan gedacht, terwijl het Pfizer-vaccin vanwege de strenge koelopslag niet goed paste bij de oorspronkelijke distributie via huisartsen. Op 6 januari 2021 begon Nederland daardoor als laatste EU-land met vaccineren. Sonnema noemde het achteraf een fout dat er geen plan B klaarstond.
Ook kwam de latere campagne rond Janssen ter sprake. Sonnema had intern gewaarschuwd dat jongeren pas na twee weken bescherming hadden, terwijl De Jonge hen in juni 2021 direct na een prik een vrije zomer voorspiegelde. Na die boodschap, bekend als “Dansen met Janssen”, liepen de besmettingen onder jongeren op en moesten versoepelingen weer worden teruggedraaid. Daarnaast bleek dat VWS mikte op een vaccinatiegraad van 90 procent en zelfs onderzocht of een prikplicht in de zorg mogelijk was.
Het Oranje Café: Marcel van Roosmalen geeft mening over harde vragen Valentijn Driessen aan Ronald Koeman