'Ministerie zet gemeenten onterecht onder druk over staalslakken'
In dit artikel:
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) eist dat gemeenten zelf bevoegd blijven om staalslakken te verbieden of extra regels daarvoor te stellen. De organisatie reageert op een recente brief van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat waarin gesteld wordt dat gemeenten dergelijke besluiten niet zelfstandig mogen nemen en bestaande lokale verbodsbepalingen dit jaar moeten intrekken.
Staalslakken, het restproduct van staalproductie dat onder meer in wegenbouw wordt hergebruikt, zijn omstreden omdat ze schadelijk kunnen zijn als ze nat worden en gaan lekken; de afgelopen jaren waren er meerdere incidenten waarbij gemeenten vaak opdraaiden voor de saneringskosten. In het kabinetsstuk wordt het circulaire hergebruik als reden genoemd om lokale beperkingen te voorkomen; staalproducent Tata Steel waarschuwt dat lokale regels een ongelijk speelveld creëren en veilige toepassingen belemmeren.
Milieurechtadvocaat Rogier Hörchner steunt gemeenten en spreekt van een onterechte “powerplay” vanuit het ministerie. Hij betoogt dat gemeenten wél aanvullende regels mogen opleggen en vermoedelijke bedrijfslobby achter de brief: producenten willen van grote voorraden af. De VNG benadrukt daarnaast dat gemeenten een wettelijke zorgplicht hebben en het juridisch twijfelachtig is of het Rijk hen kan overrulen, zeker omdat gemeenten de kosten van verwijdering dragen.
Na publiciteit van NOS en Nieuwsuur nam de Tweede Kamer een tijdelijk gedeeltelijk verbod op staalslakken, waarna sommige gemeenten lokaal onderzoek deden en maatregelen invoerden. Gemeenten als Brummen en Gorinchem zeggen bereid te zijn tot juridische stappen als het Rijk hen terugfluit. Staatssecretaris Vivianne Heijnen (of: Bertram — artikel noemt staatssecretaris Bertram) kondigde een taskforce aan en wil snel in gesprek met gemeenten.
De VNG wil dat het Rijk zorgt voor een veilig product en garanties dat gemeenten niet achterblijven met de rekening bij nieuwe incidenten. De kwestie spitst zich toe op de balans tussen circulair hergebruik, producentbelangen en gemeentelijke verantwoordelijkheid voor gezondheid, milieu en kosten.