Ministerie van Volksgezondheid zal aanduiding „ongeboren leven" blijven gebruiken
In dit artikel:
Fiom, het Nederlandse expertisecentrum voor ongewenste zwangerschap, publiceerde vorige maand een mediarichtlijn met suggesties voor meer neutraal taalgebruik rond abortus. De organisatie raadde onder meer aan termen als „prolife” te vermijden ten gunste van „antiabortus” en „ongeboren leven” te vervangen door „de vrucht” of „de zwangerschap”. De richtlijn, bedoeld voor journalisten en redacties, kwam tot stand na een samenwerkingsonderzoek met de Universiteit van Amsterdam waarin werd geconcludeerd dat berichtgeving over abortus vaak beladen en controversieel wordt gepresenteerd.
Dat leidde tot kritiek van Tweede Kamerleden van SGP, BBB en ChristenUnie, die vinden dat het vermijden van bepaalde woorden de morele zwaarte van abortus verdoezelt en niet neutraal is. Minister Sophie Hermans van Volksgezondheid vermijdt een oordeel over of de richtlijn werkelijk neutraal is, maar legt uit dat Fiom de adviezen baseerde op het genoemde onderzoek. Ze erkent dat taal invloed heeft op hoe mensen naar abortus kijken en benadrukt dat het kabinet zich inzet om stigma rond abortus te verminderen.
Hermans zegt verder dat het begrip „ongeboren leven” — zoals in de wet gebruikt — een begrijpelijke en gangbare aanduiding blijft en dat het ministerie die term blijft hanteren, ook al mag Fiom alternatieve terminologie voorstellen. Ze benadrukt dat de mediarichtlijn geen verplichtingen oplegt; journalisten blijven vrij in hun woordkeuze. Wel staat de minister achter één concreet advies van Fiom: ze vindt het ongepast om te spreken van een vrouw die „een abortus pleegt”, omdat vrouwen die een zwangerschapsafbreking ondergaan en artsen die die uitvoeren niet strafbaar zijn volgens de minister.