Minister wil fatbikes aanpakken, maar moet definitieprobleem nog tackelen
In dit artikel:
Minister Karremans (Infrastructuur, VVD) zet stappen richting een minimumleeftijd voor bestuurders van fatbikes, maar heeft nog geen definitief leeftijdsvoorstel vastgesteld; er wordt gedacht aan 12, 14 of 16 jaar. Tegelijk werkt hij aan een wettelijke grondslag waarmee gemeenten fatbikevrije zones kunnen aanwijzen in bijvoorbeeld binnensteden en winkelgebieden. Sommige gemeenten hebben al verboden ingesteld, maar juridisch blijken fatbikes nu lastig apart te verbieden omdat ze formeel onder dezelfde categorie vallen als andere elektrische fietsen met trapondersteuning.
De aanleiding is groeiende bezorgdheid over verkeersveiligheid: Karremans wijst op een stijging van ongevallen onder jongeren en op overlastklachten. Een belangrijke drempel is het vaststellen van een praktische definitie van een fatbike; fabrikanten kunnen hun ontwerpen aanpassen om nieuwe regels te omzeilen (bijv. met een ‘skinnybike’). Daarom heeft de minister een onderzoeksbureau opdracht gegeven om te onderzoeken hoe fatbikes op een pragmatische manier van gewone e‑fietsen te onderscheiden zijn.
Karremans streeft naar een omschrijving die 80 à 90 procent van de fatbikes dekt, zodat het merendeel van het probleem kan worden aangepakt, ook al verwacht hij een kat-en-muisspel met fabrikanten. In eerdere Kamerdebates in 2024 was al gesproken over leeftijdsgrenzen en de moeilijkheid om fietsen te categoriseren; die discussie blijft dus lopen. Daarnaast werkt hij aan een helmplicht voor jongeren tot 18 jaar op diverse elektrische fietsen; die verplichting zou vanaf september 2027 kunnen ingaan.