Minister Verlinden verdedigt aanpak i-Police op hoorzitting: "Overtuigd dat ik heb ingegrepen en bijgestuurd"
In dit artikel:
De Kamercommissie Binnenlandse Zaken zette deze week hoorzittingen voort over i-Police, het gestruikelde digitaliseringsproject van de federale politie. Vandaag verschenen opeenvolgende ministers van Binnenlandse Zaken aan de tand, waaronder Jan Jambon (N-VA) en Annelies Verlinden (CD&V). Jambon wees erop dat het project in 2016 onder zijn bevoegdheid principieel werd goedgekeurd en dat modernisering van de politie nog steeds noodzakelijk is.
Verlinden, die vanaf oktober 2020 bevoegd was en in 2021 als toenmalig minister het contract met het Franse IT‑bedrijf Sopra Steria tekende, stelde dat zij heeft ingegrepen zodra er problemen zichtbaar werden. Toen in oktober 2023 “ernstige knipperlichten” oplichtten, liet ze een externe audit uitvoeren en voerde ze bijsturingen door. Ook benadrukte ze dat de politie nooit expliciet vroeg om het project te stoppen en dat het ontbinden van het contract juridische en feitelijke grondslagen vereist die volgens haar toen niet aanwezig waren. Eind 2023 was bijna 60 miljoen euro aan het dossier besteed; dat maakte mee dat men probeerde maximaal rendement uit de eerder verrichte betalingen te halen.
Oppositieparlementariërs bleven ontevreden: zij vinden dat er te vaak gekozen werd voor het duurste, meest uitgebreide scenario en dat er kansen gemist zijn om tijdig in te grijpen. Sommigen stelden dat de minister geen politieke verantwoordelijkheid neemt. Verlinden plaatste ook een deel van de verantwoordelijkheid bij eerdere ministers van Justitie (Vincent Van Quickenborne en Paul Van Tigchelt), die volgens haar druk uitoefenden om het project te doen slagen.
De hoorzittingen lopen door; de discussie concentreert zich op wie bestuurlijk en politiek aansprakelijk is voor de grote financiële en operationele tegenvallers rond i-Police.