Minister verdedigt opheffen bed-bad-brood-opvang: 'Deze mensen kunnen naar Ter Apel'
In dit artikel:
Woensdagochtend zat de rechtbank in Rotterdam bomvol voor een belangrijke zitting over de toekomst van de zogenaamde bed-bad-broodopvang (Landelijke Vreemdelingenvoorziening, LVV) voor ongedocumenteerden. De zaak draait om de vraag of het demissionaire kabinet de financiering en uitvoering van die opvang mag stopzetten, nu het beleid is verschoven naar prioriteit voor terugkeer naar herkomstlanden.
Anderhalf jaar geleden kondigde toenmalig minister Marjolein Faber (PVV) de beëindiging van de LVV aan; de regeling was in 2019 opgezet en omvatte vijf locaties waar kwetsbare ongedocumenteerden onderdak, voedsel en hygiënische faciliteiten kregen, waaronder in Rotterdam. De juridische procedure loopt voort, ondanks dat Faber niet langer minister is en een nieuw kabinet (D66, VVD, CDA) op komst is. Meerdere rechters hebben eerder al geoordeeld dat mensen voorlopig niet op straat mogen worden gezet.
In de Rotterdamse zittingszaal voerden advocaat Pim Fischer — bekend als woordvoerder van de LVV-bewoners en namens honderden ongedocumenteerden optredend, waaronder 23 personen in deze zaak — en zijn team aan de ene kant het verweer dat de rechten en zorgbehoeften van deze groep niet geborgd zijn zonder LVV. Aan de andere kant stond de landsadvocaat, die demissionair minister David van Weel (VVD) vertegenwoordigt en stelt dat er geen juridische plicht bestaat de LVV in stand te houden omdat alternatieven beschikbaar zijn.
Centraal in het debat stond Ter Apel: het opvangterrein met een vrijheidsbeperkende locatie (vbl) die de regering als alternatief aandraagt. De staatszijde betoogt dat ongedocumenteerden daar bed, bad en brood kunnen krijgen, mits zij “meewerken aan terugkeer”. Fischer countert dat de vbl in de praktijk minder toegankelijk is — onder meer omdat veel bewoners geen “zicht op terugkeer” hebben, herkomstlanden niet meewerken en specialistische (geestelijke) gezondheidszorg ontbreekt. Ook speelt de capaciteitsproblematiek: op dinsdagochtend verbleven circa 2.100 asielzoekers en vluchtelingen in Ter Apel, meer dan de eerder door rechtbanken gehanteerde grens van 2.000. De vbl-locatiemanager gaf aan dat zijn locatie ruimte heeft voor 235 personen (ongeveer 170 bezet) en dat hij een opvangplicht heeft.
De meervoudige kamer luisterde ruim drie uur naar de partijen; uitspraak wordt binnen ongeveer zes weken verwacht. De uitspraak zal bepalen of de LVV definitief kan verdwijnen zonder dat basisrechten en zorg voor kwetsbare ongedocumenteerden worden geschaad.