Minister van Justitie negeert eigen juristen: wetgeving die grondrechten schendt, gaat gewoon door

donderdag, 9 april 2026 (11:08) - Follow the Money

In dit artikel:

De laatste jaren is er volgens de auteur een versterkende trend waarin kritiek op wetsvoorstellen systematisch wordt genegeerd, ook wanneer gezaghebbende instanties ernstige tekortkomingen signaleren. Als voorbeelden worden meerdere dossiers genoemd waarin parlement en kabinet doorgingen ondanks scherpe bezwaren van onder meer de Raad van State, burgemeesters en het Openbaar Ministerie.

Een eerder voorstel — de Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties — haalde weliswaar de Tweede Kamer, maar strandde vorige maand alsnog in de Eerste Kamer. Twee asielwetten van voormalig minister Marjolein Faber (PVV) kregen in adviesstukken van de Raad van State en van het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) vernietigend commentaar, maar werden toch door het kabinet gesteund; behandeling in de Eerste Kamer staat gepland op 13 en 14 april en dreigt wederom op een pijnlijke confrontatie uit te lopen.

Centraal staat de recent door het kabinet gesteunde Wet gegevensvergaring openbare orde van minister David van Weel (VVD). Die wet geeft de politie, na toestemming van een rechter-commissaris, de mogelijkheid burgers geautomatiseerd op sociale media te volgen en die gegevens op te slaan als er een “aanwijzing” is van een ernstige verstoring van de openbare orde. Critici vrezen dat vreedzame demonstranten daarmee ongewild in politiedossiers terechtkomen, zonder voldoende rechtsbescherming; opgeslagen data mogen een half jaar bewaard worden en kunnen ook voor opsporing en vervolging worden gebruikt.

Belangrijk is dat J&V zelf via de rijksbrede wetgevingstoets heeft gewaarschuwd dat de wet ingrijpt in grondrechten zoals privacy. De ambtelijke experts noemen de rechtvaardiging zwak: zij twijfelen aan de noodzaak van de volgbekwaamheid en signaleren onduidelijkheid over de voorwaarden voor inzet ervan. Hoewel deze kritiek naar de ministerraad ging, leidde die niet tot aanpassing of intrekking van het voorstel. Dat roept vragen op over de effectiviteit van interne toetsing, zeker omdat het beoordelende departement hetzelfde is dat de wet indient.

De juridische kernzorgen betreffen vooral de eisen uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens: beperkingen van grondrechten moeten noodzakelijk en proportioneel zijn. Ambtenaren menen dat bewezen niet is dat het volgen van onschuldige burgers daadwerkelijk ernstige ordeverstoringen voorkomt, noch dat de maatregel niet te ver gaat.

Daarnaast ligt een voorstel op tafel om gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties te verbieden; ook daaraan bestaat brede kritiek van handhavers en rechtsbeschermers. Als parlementaire meerderheid deze plannen goedkeurt, zal de enige reële rem volgens de auteur rechtsgang zijn: organisaties als Amnesty International zullen naar de rechter moeten om mogelijk ongrondwettelijke wetgeving te bestrijden, aangezien kabinet en ministers intern advies lijken te negeren.