Minister staat achter vernieuwde kraakwet, ondanks kritische evaluatie
In dit artikel:
Justitieminister David van Weel houdt vast aan de sinds juli 2022 geldende, aangescherpte kraakwet. In een brief aan de Tweede Kamer stelde hij dat het belangrijkste doel is behaald: de tijd tussen kraken en ontruiming is verkort en de wet bevestigt de norm dat kraken niet mag lonen en eigenaars over hun panden moeten kunnen beschikken.
De minister reageerde op een kritische evaluatie van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC). Onderzoekers stelden dat de nieuwe regeling weinig effect heeft op het aantal of de aard van kraakincidenten en noemden de wet vooral symbolisch. Zij wijzen ook op het beperkte aantal strafrechtelijke zaken: jaarlijks worden ongeveer 30–35 gevallen via het strafrecht behandeld, terwijl politiecijfers wijzen op circa 120–130 kraakvoorvallen per jaar. Eigenaren gebruiken daarnaast informele, bestuursrechtelijke en civielrechtelijke routes om panden terug te krijgen.
De herziene wet verplaatste ontruimingen naar het strafrecht. Eigenaren moeten eerst aangifte doen; het Openbaar Ministerie stelt daarna een dossier op waarin wordt aangetoond dat ontruiming gerechtvaardigd is; de rechter-commissaris beslist vervolgens over ontruiming. Een belangrijk toetsingscriterium is dat ontruiming niet mag leiden tot onterechte leegstand: eigenaren moeten plausibele plannen voor bewoning of hergebruik aantonen.
Van Weel erkent dat de werklast voor politie, OM en rechtspraak is toegenomen en dat krakers een sterkere rechtspositie hebben gekregen, maar noemt de strafrechtelijke optie een noodzakelijk instrument wanneer andere maatregelen niet werken. Hij ziet daarom geen aanleiding de wet te wijzigen.