Minister Moes begrijpt teleurstelling over weigeren paasdienst door Grote Kerk Alkmaar
In dit artikel:
Minister Moes (OCW) erkent de teleurstelling van de lokale protestantse gemeente in Alkmaar nu zij de Grote Kerk niet mag huren voor een paasdienst, maar legt uit dat culturele instellingen vrij zijn hun eigen profiel en verhuurbeleid te bepalen. Tweede Kamerlid Don Ceder (CU) had vragen gesteld omdat de exploitant, Stichting Theater De Vest & Grote Kerk Alkmaar, kerkdiensten onverenigbaar vindt met de functie van de locatie, terwijl commerciële activiteiten zoals whiskyproeverijen wel plaatsvinden.
Moes benadrukt dat de rijksoverheid aan de status rijksmonument geen verplichtingen koppelt over toegankelijkheid of religieus gebruik; eigenaren en exploitanten beslissen binnen de bestaande wet- en regelgeving. Hij wijst er verder op dat algemene gebedsdiensten niet onder de definitie van immaterieel erfgoed vallen volgens het Unesco-verdrag, en dat voortgezet gebruik van panden vaak het beste behoud oplevert, maar herbestemming soms onvermijdelijk is.
De eigenaar, Stichting Behoud Grote Kerk Alkmaar, kreeg recent subsidies uit landelijke en provinciale regelingen voor instandhouding en restauratie, waarop Ceder vroeg of het verenigbaar is dat gesubsidieerd religieus erfgoed religieuze gemeenschappen uitsluit. Moes antwoordt dat het subsidiedoel behoud is en dat per geval moet worden gekeken wat het beste bijdraagt aan dat behoud. Gesprekken tussen religieuze gemeenschappen en erfgoedorganisaties lopen volgens hem continu binnen het Programma Toekomst Religieus Erfgoed.