Minister hoopt met 'startbanen' meer statushouders aan het werk te krijgen
In dit artikel:
In meer dan tachtig gemeenten kunnen nieuwkomers met een verblijfsvergunning straks hun inburgering combineren met betaald werk via zogeheten startbanen, schrijft minister Carola Schouten Aartsen (Werk en Participatie) aan de Tweede Kamer. De banen – met name in logistiek, horeca en bouw – zijn bedoeld om snel na vestiging in te stromen, ook als het Nederlands nog niet vloeiend is. Dat moet helpen omdat een groot deel van statushouders lange tijd zonder werk blijft; na drie jaar is ongeveer zeventig procent nog niet aan het werk en afhankelijk van bijstand.
Er liep de afgelopen drie jaar een proef in steden als Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven; daarvan vond 44 procent van de deelnemers werk, vaak in deeltijd omdat zij tegelijk inburgeringslessen volgen. Aartsen, die het proefproject als Kamerlid initieerde, wil het nu uitbreiden en noemt het een eerste stap; voor de zomer worden aanvullende voorstellen verwacht. Obstakels uit de evaluatie zijn het vinden van geschikte werkgevers, de noodzaak van extra begeleiding vanwege taal- en cultuurverschillen en een tekort aan kinderopvang. Volgens de minister versnelt arbeid juist taalleren en zelfstandigheid, terwijl er bovendien vraag is naar meer mensen op de arbeidsmarkt.