Minister Hermans trekt geen extra geld uit voor de kraamzorg

donderdag, 2 april 2026 (21:07) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Personeelstekort in de kraamzorg leidt ertoe dat steeds meer gezinnen minder uren zorg krijgen. Donderdag besprak de Tweede Kamer de krapte in deze sector: er werken ongeveer 9.000 kraamverzorgenden in Nederland, terwijl er voor circa 168.000 geboorten jaarlijks minstens 11.000 nodig zijn.

Minister Conny Helder (VWS) erkende dat het systeem “piept en kraakt” en noemde het probleem structureel en niet snel oplosbaar. Haar aanpak focust op prioritering van gezinnen met de grootste behoefte en op meer maatwerk binnen de indicering: ze wil dat kraamzorgorganisaties vaker werken met de Kraamzorg Landelijke Indicatie Methodiek (KLIM) in plaats van vaste standaardpakketten. Verder wil ze onderzoeken hoe meer jonge vrouwen enthousiast gemaakt kunnen worden voor de opleiding tot kraamverzorgende, in overleg met onderwijsminister Letschert.

Kamerleden brachten vooral de positie van kwetsbare gezinnen onder de aandacht. SGP en anderen signaleren dat lage-inkomensgezinnen tot zo’n zeven uur minder kraamzorg ontvangen dan hogere inkomens, deels door de verplichte eigen bijdrage van 5,70 euro per uur. Bij het gangbare pakket van 49 uur kan deze bijdrage oplopen tot ongeveer 279 euro, wat voor sommige gezinnen een drempel vormt. Een eerder ingediend amendement van SGP en SP om die eigen bijdrage te schrappen haalde geen meerderheid; coalitiepartijen staan daar voorlopig niet achter. De minister vindt het niet gek dat ouders bijdragen en zegt geen financiële ruimte te zien voor afschaffing, maar laat onderzoeken of de bijdrage daadwerkelijk terughoudendheid veroorzaakt.

Ook arbeidsvoorwaarden kwamen uitgebreid aan bod. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd stelde dat slechte beloning en ongunstige wachtdiensten bijdragen aan uitstroom en het personeelstekort; kraamverzorgenden behoren tot de laagstbetaalde groepen in Zorg en Welzijn. Pleidooien voor een hogere vergoeding voor wachtdiensten werden door de minister afgewezen vanwege financiële beperkingen; zij ziet regionale pooling van kraamverzorgenden als alternatief om het aantal onbetaalbare wachtdiensten te verminderen.