Minister Hermans: Onduidelijke Embryowet maakt onderzoekers terughoudend
In dit artikel:
Minister Sophie Hermans (Volksgezondheid) verdedigde woensdag in de Tweede Kamer een wetsvoorstel om de wettelijke definitie van het embryo uit te breiden. Naast het klassieke embryo uit zaad en eicel vallen voortaan ook nagebootste embryo’s — zogeheten embryomodellen of ELS (Embryo Like Structures) waarbij geen bevruchting plaatsvond maar die sterk op een menselijk embryo lijken — onder die definitie. Hermans stelt dat de huidige Embryowet achterloopt op de snelle wetenschappelijke ontwikkelingen; de wijziging moet duidelijkheid bieden, beschermwaardigheid veiligstellen en voorkomen dat onderzoekers terughoudend worden.
Onder de voorgestelde regels gelden voor deze embryomodellen dezelfde beperkingen als voor klassieke embryo’s: geen onderzoek na veertien dagen en een verbod op kiembaanmodificatie. Tegenstanders zoals SGP-Kamerlid Diederik van Dijk vinden dat de balans tussen de rechten van beginnend menselijk leven en onderzoeksbelang is verstoord, mede sinds het kweekverbod eind vorig jaar werd afgeschaft. ChristenUnie-Kamerlid Mirjam Bikker uitte zorgen over Nederland’s verschuiving naar een meer vooraanstaande positie ten opzichte van buurlanden; België en Duitsland hanteren andere grenzen. Kritiek van René Claassen (Groep-Markuszower) richt zich op de brede, toekomstgerichte formulering (de ‘open norm’). Politieke steun lijkt echter waarschijnlijk: D66, VVD, GroenLinks-PvdA en CDA stonden eerder positief tegenover het voorstel.