Minister De Jonge 'was niet mijn grootste sponsor', vertelt de topambtenaar die tijdens de coronacrisis 'steeds meer te zeggen kreeg'
In dit artikel:
Topambtenaar Mark Roscam Abbing zei maandag tegen de parlementaire enquêtecommissie corona dat het kabinet het virus in het eerste jaar van de pandemie structureel heeft onderschat. Volgens hem werd de crisisorganisatie in de zomer van 2020 te snel teruggeschroefd, met als gevolg dat men later – tot diep in het najaar – bleef hopen een harde lockdown te kunnen vermijden terwijl de besmettingen opnieuw opliepen. Roscam Abbing werd in oktober 2020 aangesteld als programmadirecteur-generaal Samenleving en Covid-19, met als taak de maatschappelijke gevolgen van maatregelen in kaart te brengen; hij werkte onder meer aan plannen om Kerstvieringen veiliger te maken, maar die plannen werden niet uitgevoerd omdat Nederland in de zwaarste lockdown terechtkwam.
Hij bekritiseerde de eerdere herinrichting van de ambtelijke organisatie, die vanaf juli 2020 vooral op de lange termijn was ingesteld en daardoor onvoldoende was toegerust om weer “brand te blussen” toen de crisis terugkeerde. Eerder op de dag had ook oud-Veiligheidsberaad-voorzitter Hubert Bruls al kritiek geuit op het snelle afbouwen van crisismaatregelen in die zomer.
Roscam Abbing kreeg een centrale adviserende rol, formeel niet onder één ministerie. Minister Hugo de Jonge was aanvankelijk terughoudend en liet hem bij een eerste Catshuisoverleg alleen vanuit een zijruimte meeluisteren; later kreeg hij wel een plek aan tafel. Vanaf januari 2021 gaf hij tijdens de zondagse Catshuisoverleggen presentaties over sociale effecten, na de epidemiologische updates van het RIVM. De relatie met De Jonge bleef moeizaam, vooral omdat de minister weinig belang leek te hechten aan de gedragsinzichten die Roscam Abbing aandroeg.
Hij verdedigde het informele ‘Torentjesoverleg’ — voorbereidende besprekingen in de werkkamer van premier Rutte — als noodzakelijk om ideeën vrijuit te kunnen verkennen, maar erkende ook dat die manier van werken tot ‘trechtervorming’ kon leiden omdat dezelfde ministers later in het Catshuis opnieuw meediscussieerden. Over jongeren zei hij dat het kabinet zich bewust was van hun knelpunten: zij liepen het minst risico van het virus maar werden het meest beperkt door de maatregelen, en in gesprekken in de tweede helft van 2021 kwamen schrijnende verhalen naar voren.