Minister Berendsen (BuZa): 'Je kunt niet altijd op dezelfde manier op de VS vertrouwen als eerst'

dinsdag, 28 april 2026 (15:31) - Het Parool

In dit artikel:

Tom Berendsen (43) is kortgeleden aantrad als minister van Buitenlandse Zaken — de negende in acht jaar — en staat meteen voor zware dossiers in een onrustige wereld. Binnen een week na zijn benoeming brak er een oorlog met Iran uit, en Berendsen moest direct reageren vanaf buitenlandse reizen: hij was net terug uit de Golfregio (VAE en Saoedi-Arabië) en bezocht eerder Kyiv en Washington. Privé kreeg hij vooraf te horen dat het ministerschap veel tijd wegneemt van het gezin: vaker videobellen dan aan de keukentafel zitten, zo zei men.

Operationeel heeft Nederland schepen in de regio: het fregat Evertsen helpt Cyprus beschermen en een tweede schip staat standby. Over de Straat van Hormuz is de boodschap praktisch: Nederland wil met partners bijdragen om de waterways zo snel mogelijk weer open te krijgen zodra de vijandelijkheden afnemen. Berendsen benadrukt dat hij bij voorkeur diplomatieke oplossingen nastreeft.

Over de door de VS en Israël uitgevoerde aanvallen op Iran zegt hij begrip te hebben voor de veiligheidsangst van die landen — onder meer vanwege Iran’s nucleaire ontwikkeling en steun aan groepen als de Houthi’s en Hezbollah — maar stelt tegelijkertijd dat er geen duidelijk internationaalrechtelijk mandaat voor die aanvallen is. Tijdens gesprekken met Amerikaanse beleidsmakers, waaronder Marco Rubio, heeft hij dit standpunt ingebracht, en hij zegt ook te luisteren naar Amerikaanse voorstellen. Nederland zoekt dus samenwerking, maar blijft kritisch op juridische en politieke grondslagen.

De relatie met de Verenigde Staten is volgens Berendsen nog steeds essentieel — vooral binnen NAVO-verband en voor Nederlandse veiligheid — maar de voorspelbaarheid van de VS is afgenomen. Daardoor moet Nederland pragmatisch handelen: niet altijd eens zijn met het Witte Huis, maar wel realistisch blijven en de bilaterale banden onderhouden. Hij wijst erop dat de invloed aan de geopolitieke tafel mede afhangt van hoe sterk Nederland intern staat; afhankelijkheden op het gebied van veiligheid, energie en grondstoffen maken het lastiger om internationaal steviger op te treden.

Berendsen zoekt ook balans binnen de kabinetssamenstelling: hij moet in coalitieverband (onder meer VVD en D66) de flanken bij elkaar houden. Over gevoelige hypothetische kwesties, zoals Amerikaanse interesse in Groenland, wil hij niet gedetailleerd speculeren; hij wijst alleen op de eensgezinde Europese reactie toen die kwestie recent speelde en benadrukt dat sommige stappen onacceptabel zouden zijn.

Als nieuwbakken minister merkt hij dat het binnenlandse parlementaire voetbal anders is dan het werk in het Europees Parlement: debatten en procedurele fouten (zoals worstelen met een motie) horen erbij en behoren tot het leerproces. Hij erkent dat de frequente wisselingen van bewindslieden de effectiviteit en herkenbaarheid op het internationale toneel niet ten goede komen, maar benadrukt dat Nederland als handelspartner en investeerder doorgaans de deuren opengaat, zelfs als het telkens om een ander gezicht achter die deuren gaat.