Miniauto in Amsterdam minder populair zonder speciale parkeervergunning
In dit artikel:
De miniauto, met modellen als de Birò, groeide de afgelopen jaren uit tot een zichtbaar fenomeen in Amsterdam, maar die opmars stokt nu. Uit RDC-registraties blijkt dat het aantal nieuwe brommobielinschrijvingen in de stad scherp daalt sinds de stadsbrede parkeervergunning zes maanden geleden werd beëindigd. In september, de laatste maand met die vergunning, werden nog 154 brommobielen op naam gezet; daarna liep het maandelijks terug naar 118 (oktober), 66 (november), 62 (december) en 57 (januari).
Amsterdam was jarenlang koploper: van ongeveer 1.201 brommobielen in 2020 naar ruim 4.700 eind 2025, deels gestimuleerd door een proef vanaf 2020 die eigenaren een stadsbrede parkeervergunning gaf. De gemeente stelde een plafond van 3.000 in; dat plafond werd in september bereikt en de proef is niet verlengd. Nieuwe kopers krijgen nu alleen nog een buurtgebonden vergunning en moeten elders parkeergeld betalen, zoals normale autobezitters.
Nationaal groeit het segment snel: van 23.045 brommobielen in 2020 naar 32.646 eind 2025 (plus 42%), met de sterkste procentuele toename in het Gooi — wat wijst op belangstelling in kleinere, welvarende forensengemeenten. RDC-bestuurder Mirjam van der Esch noemt de brommobiel geen niche meer maar een volwassen alternatief, onder andere voor een tweede gezinsauto. Mobiliteitsadviseur Michel van Scherpenzeel juicht het buurtgebonden beleid toe vanwege de hoge ruimtedruk in de stad.
Toekomstige regels blijven onduidelijk. De huidige vergunningen lopen tot oktober; de gemeente wil voor de zomer beslissen na evaluatie. Bovendien zijn brommobielen sinds dit jaar officieel niet meer toegestaan op Amsterdamse ponten, omdat die via fiets- en voetpaden bereikbaar zijn; reizigers worden hierover gecorrigeerd en handhaving en communicatie worden voorbereid.