Minder werknemers met een arbeidsongeval
In dit artikel:
In 2024 kreeg 2,4% van de Nederlandse werknemers (15–75 jaar) te maken met een arbeidsongeval, tegenover 2,7% in 2023. Het dalende percentage is vooral te danken aan minder ongevallen zonder verzuim of met maximaal drie dagen afwezigheid. De cijfers komen van het CBS op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden, uitgevoerd met TNO.
Sectorspecifiek blijken werknemers in landbouw, bosbouw en visserij relatief het vaakst slachtoffer van een ongeval; ook de bouw en de sector handel/vervoer/horeca scoren hoog qua verzuim na een ongeval. Het minst risico is er in de financiële dienstverlening en in de verhuur en handel van onroerend goed.
Concreet: 1,5% van alle werknemers hervatte direct of verzuimde hoogstens drie dagen; bijna 1% was vier dagen of langer uit de roulatie. In totaal waren er in 2024 ongeveer 85.000 ongevallen met minstens vier dagen verzuim. Bij die incidenten werd in 30% van de gevallen psychische schade als het belangrijkste letsel gerapporteerd; ontwrichtingen, verstuikingen of verrekkingen komen vrijwel even vaak voor. Botbreuken en oppervlakkige wonden doen zich bij circa 10% voor.
Medische zorg was gebruikelijk: bij 87% van de ernstige ongevallen werd hulp gezocht, 44% bezocht de huisarts of praktijkondersteuner en 19% belandde op de spoedeisende hulp. Wat herstel betreft was 56% binnen een maand weer aan het werk, 20% duurde één tot drie maanden en 22% drie maanden of langer. De data benadrukken zowel het belang van sectorgerichte veiligheidsmaatregelen als aandacht voor psychische gezondheid na werkongevallen.