Miljarden erin, maar het niveau keldert: hoe links onderwijsbeleid onze kinderen dommer maakt
In dit artikel:
Het artikel hekelt het huidige, progressieve onderwijsbeleid in Nederland en waarschuwt dat de basisvaardigheden van middelbare scholieren — vooral taal en rekenen — sterk achteruitgaan ondanks fors hogere overheidsuitgaven. Volgens CBS-cijfers zijn de onderwijskosten sinds 2000 bijna verdrievoudigd (van €18,4 mld naar ruim €50 mld in 2024) en verdient een docent in het voortgezet onderwijs gemiddeld zo’n €6.800 bruto per maand (inclusief toeslagen). Desondanks tonen de nieuwste metingen van de Staat van het Onderwijs en waarschuwingen van experts een verontrustende daling van de prestaties.
Economieleraar Ton van Haperen brengt deze frustratie kernachtig onder woorden: "Ze krijgen momenteel een prachtig salaris. Dan mogen ze echt wel beter presteren." Het artikel wijst de vinger naar het sterke accent op ‘vrijheid’ en leerlingautonomie in veel scholen — voorbeelden zijn leerpleinen, keuzemogelijkheden voor pubers en digitale hulpmiddelen — die volgens de schrijver ten koste gaan van directe instructie en het aanleren van kernvaardigheden. Illustratief is dat havo-leerlingen soms onbekend zijn met termen als "omvang" bij eenvoudige rekenvragen.
Daarnaast wordt kritiek geleverd op de interne besteding van middelen: terwijl het aantal leraren in de klas afneemt, is het aantal niet-lesgevende onderwijsondersteuners, management- en administratieve functies sterk gestegen. Het profiel van de voorgestelde hervorming is duidelijk: minder bureaucratie, meer leraren voor de klas, strengere toelating en examens voor toekomstige leraren, en een terugkeer naar beproefde, klassikale reken- en taalmethoden in plaats van experimentele en losse aanpakken.
Het stuk roept ouders en lezers op zich te mobiliseren en zich aan te sluiten bij een verzet tegen wat de auteur ziet als een miljoenenverslindend, progressief experiment dat faalt. Als context: de discussie over de balans tussen directe instructie en leerlinggestuurde methodes is al langer gaande en er bestaat wetenschappelijk debat over welke aanpak per doel en doelgroep het meest effectief is. De auteur pleit duidelijk voor een snelle, sturende ingreep om volgens hem het kennisniveau van Nederlandse jongeren te herstellen.