Milieuorganisatie wil 2,5 miljard subsidie voor Eemshavencentrale blokkeren. Maar waarom krijgt stroombedrijf RWE überhaupt zo veel geld?
In dit artikel:
Comité Schone Lucht (CSL) probeert via het College van Beroep voor het Bedrijfsleven een subsidie van ongeveer 2,5 miljard euro aan energiebedrijf RWE te blokkeren. Die steun is bestemd voor het bijstoken van biomassa in de Eemshavencentrale en de Amercentrale (Geertruidenberg), waar RWE elektriciteit opwekt. CSL stelt dat niet overtuigend is aangetoond dat die biomassa — houtpellets uit Maleisië — echt uit afval- of resthout bestaat en vreest dat er in werkelijkheid gekapte bomen voor worden gebruikt.
RWE reageert dat het subsidiebedrag geen vaststaand, gegarandeerd bedrag is: de regeling compenseert het prijsverschil tussen doorgaans goedkopere steenkool en duurdere biomassa, en loopt tot 2027. Het uiteindelijke subsidiebedrag daalt als kolen duurder worden of de marktprijzen boven een drempel uitkomen; RWE zegt daarom lang niet altijd het maximale te ontvangen. Het bedrijf benadrukt ook dat het werkt met erkende, onafhankelijke certificaten om de herkomst van biomassa te controleren en dat het streeft naar uitfasering van kolen, met uiterlijk 2030 geen kolen in de Eemshavencentrale.
Toezichthouder Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) concludeerde eerder dat het redelijk aannemelijk is dat RWE met afval- en resthout werkt, maar erkent dat het controlesysteem niet volledig waterdicht is: toezicht in Maleisië is lastig en certificaten bevatten deels zelfverklaringen. CSL wijst op bredere zorgen dat bossen worden gekapt en als resthout worden bestempeld. De rechtszaak moet duidelijkheid brengen over de duurzaamheid van de gebruikte houtpellets en over de rechtmatigheid van de subsidie-uitkering.