Mijn vader kreeg het stempel FOUT op zijn voorhoofd: 'Er was geen begrip, laat staan vergeving'

zaterdag, 2 mei 2026 (19:03) - Trouw

In dit artikel:

Een oude vakantiefoto uit Playa de Aro (Foto-Flash, 1971) brengt Juanita Stachowitz terug bij de man die haar opvoedde: haar vader. Op de zwart-witafdruk lopen ze samen over de boulevard — zij bijna elf, hij midden veertig — zijn arm beschermend om haar heen. Het beeld roept niet alleen nostalgie op, maar ook een zoeklicht naar een verleden dat lange tijd verborgen bleef.

In herinnering was hij haar held: sterk, zorgzaam, iemand die haar leerde kritisch te zijn en mensen te doorzien. Tegelijk maakte alcohol hem kwetsbaar; drank en soms middelen als Rohypnol veranderden hem in periodes in iemand onbereikbaar en angstig. Die tegenstrijdigheid — bewondering naast afstand — tekent hun relatie.

Het grotere geheim bleek uit wat hij haar op een sterfbedmoment vroeg en uit later ingevoerde feiten. Als jongeman, op 23 december 1943, meldde hij zich aan bij de Kriegsmarine en ging aan boord van een mijnenveger in de Oostzee. Volgens de dochter deed hij dat niet uit ideologische overtuiging maar uit nood: door zich aan te melden hoopte hij zijn vader te sparen voor de Arbeitseinsatz en zo de familie te beschermen. Na de oorlog werd die keuze echter in zwart-wit beoordeeld: hij verloor zijn staatsburgerschap en kreeg het stempel “FOUT”. In de nasleep van de bevrijding was er weinig ruimte voor nuance; elke handeling werd snel ingedeeld als fout of juist.

Het echt openbaren van die geschiedenis gebeurde niet in jeugdjaren of tijdens gewone gesprekken. De vader vertelde haar de grote lijnen ergens nadat ze volwassen was, maar veel bleef onuitgesproken. Pas op het einde van zijn leven, in het ziekenhuis, dwong zijn angst nog één keer woorden af: hij wilde dat men wist dat zijn gezin onschuldig was. Zij kon hem dat niet geven; ze hield zijn hand vast terwijl hij stierf. Na zijn overlijden zoekt ze het formele spoor op: een tocht langs het Oorlogsarchief levert een dossiernummer en feiten zonder context, en confronteert haar met de officiële beoordeling van zijn daden.

De foto zelf — de manier waarop hun blikken niet in de camera gaan, de herinnering aan zijn geur (Old Spice), de handeling waarbij hij haar beschermde — wordt in het stuk het symbool van hun band. Ze plaatst het portret terug op haar bureau; de zwart-witafdruk is voor haar niet louter bewijs van een verleden, maar ook van liefde en van het recht om iemand in kleur te blijven zien. Tegelijk erkent ze dat de geschiedenis van haar vader complex is: er waren keuzes gemaakt uit overlevingsdrang, maatschappelijke veroordeling daarna, en persoonlijke littekens door werk, pijn en verslaving.

Extra context: tijdens de Duitse bezetting stonden veel jonge Nederlanders voor schrijnende keuzes — onderduiken, dwangarbeid, of aanmelding bij Duitse diensten met beloftes van opleiding of inkomen. Na de oorlog was de maatschappelijke neiging om snel te oordelen groot; nuances over dwang, overleving en privé-motieven vielen vaak buiten dat frame. Het verhaal van Stachowitz’ vader illustreert hoe zulke beslissingen generaties lang kunnen doorwerken in familiebanden en herinnering.

Uiteindelijk kiest zijn dochter voor een evenwicht: ze erkent het verleden en de officiële feiten, maar bewaart ook de menselijkheid van de man die haar opvoedde. De foto blijft op haar bureau als een manier om liefde, begrip en nuance bij elkaar te houden.