Mijn speldjes, mijn stem
In dit artikel:
In een persoonlijke terugblik beschrijft de auteur hoe kleine metalen buttons die hij in 1978 droeg — met politieke boodschappen en solidariteitsuitingen — fungeren(e)d als tastbare stemmen en bindmiddelen binnen sociale bewegingen. Die prangende herinnering zet hij tegenover het hedendaagse beeld: vergelijkbare zichtbare signalen van protest of sympathie kunnen nu door instanties zoals TOOI (Team Openbare Orde Inlichtingen) worden gesignaleerd en vastgelegd. Waar een speldje vroeger vooral verbondenheid, moed en hoop uitdrukte, staat zo’n zichtbaar statement vandaag al snel op een risico‑lijstje of in een dossier.
De auteur plaatst hiermee een zorg over de kwetsbaarheid van vrijheid van meningsuiting: zichtbaar zijn kan leiden tot registratie en mogelijk nadelige consequenties, wat mensen kan afschrikken om zich publiek uit te spreken. Het stuk vraagt zich af hoe we waarborgen dat toekomstige generaties net zo vrij en ongedwongen politiek en moreel kleur kunnen bekennen zonder dat betrokkenheid meteen als veiligheidsprobleem wordt geïnterpreteerd. Als extra context past hierbij de bredere discussie rond toezicht, proportionaliteit en bescherming van burgerrechten — een afweging tussen openbare orde en het behouden van ruimte voor protest en solidariteit.