Mijn Amerikaanse droom
In dit artikel:
In deze persoonlijke column beschrijft de auteur haar ideologische ontwikkeling vanaf haar eerste reizen naar de Verenigde Staten in 1977 tot aan een diepgewortelde desillusie over grootmachten. Als 18‑jarige was ze beïnvloed door het individualistische gedachtegoed van Ayn Rand en positioneerde zich politiek rechts, vooral uit anticommunistische overtuiging. De Verenigde Staten waren voor haar het land van de belofte: vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en de Amerikaanse droom.
Tijdens interrail‑achtige verblijfjes en een studiejaar in de VS botste ze echter op de harde realiteit van het dagelijks leven in steden als New York en Los Angeles; twee pogingen om te emigreren mislukten. Die persoonlijke teleurstellingen gingen samen met intellectuele ommekeer: via het werk van libertariër Murray Rothbard kwam ze tot kritiek op het Amerikaanse buitenlandse beleid. Waar ze eerst links als de grootste bedreiging voor vrijheid zag, begon ze in te zien dat Washington vaak even imperialistisch handelde als andere wereldmachten — democratieën omverwerpen, steun aan dictatoriale regimes en het voortzetten van uitbuitende verhoudingen in voormalige koloniën.
De auteur noemt historische dramatische keerpunten (moorden in de jaren zestig, 9/11) en de opeenvolgende Amerikaanse leiders als voorbeelden van hoe de idealen van weleer zijn verstoord. Haar conclusie is onverzoenlijk naar grootmachten: zij gelooft niet meer in redding door de VS, China of Rusland en ziet macht als per definitie verdorvend. In plaats daarvan legt ze de hoop bij “mensen van goede wil” wereldwijd: alleen gezamenlijk en actief optreden kan volgens haar leiden tot vrijheid, vrede en gerechtigheid. Als burgers niet in beweging komen, blijft een betere wereld volgens haar slechts een droom.