Mijlpaal in de Moriakerk
In dit artikel:
De gereformeerde gemeente Capelle aan den IJssel‑West viert haar 75‑jarig bestaan, maar het kerkelijke leven in de plaats gaat terug tot vóór de Tweede Wereldoorlog. Het huidige gebouw aan de Doormanstraat werd op 15 september 1953 in gebruik genomen door ds. M. Blok; op een document in de consistorie staan ook de namen van architect W. de Jonge en aannemer J. van Koeveringe. Interieursignalen als gebrandschilderd glas, bijbelcitaten en kroonluchters dragen nog het oorspronkelijke liturgische karakter; het liturgisch centrum is authentiek, terwijl banken en het Boogaard‑orgel jonger zijn.
Vanaf 1935 bestond de gemeente als afdeling; in 1966 begonnen diensten ook in de nieuwbouwwijk Middelwatering en in 1992 gingen beide afdelingen zelfstandig verder. De gemeente heeft altijd een uitgesproken behoudende inslag gehad, beïnvloed door de moederkerk in Rotterdam‑Centrum en predikanten uit de regio. Leden komen nog uit omliggende plaatsen tot Krimpen aan den IJssel en Lekkerkerk; een deel kwam over uit de Oud Gereformeerde Gemeenten.
De lokale leiders — onder meer oud‑ouderling B. Agteresch (ambtsdrager 1970–2024), ouderling H.T. Groenendijk (sinds 1988) en diaken A.J. Bax (sinds 1998) — schetsen een gemeenschap die dorpsachtig en gemoedelijk gebleven is, maar te maken heeft met krimp en vergrijzing. Het ledental daalde van ongeveer 565 naar 385 leden; opbid‑ en dankdagen trok de kerk vroeger meer dan 600 mensen, nu biedt de zaal bij open schuifwand ruimte aan 580 zitplaatsen. Factoren als stijgende huizenprijzen en de sluiting van de Ds. Johannes Bogermanschool in 2013 droegen aan het vertrek van gezinnen bij. Pijnlijk was het recente vertrek na 34 jaar van bewoners van Sebanja en De Harp — woonlocaties voor mensen met een verstandelijke beperking — naar Ridderkerk.
Ter gelegenheid van de mijlpaal wordt archiefmateriaal samengebracht in een boek waarin zowel zichtbare zegeningen als de stille kanten van het gemeenteleven aan bod komen; de samenstellers willen vooral wijzen op wat zij zien als Gods daden in de geschiedenis van de gemeente.