Mevrouw Ritfeld (70) verloor vier jaar de sleutels van haar grachtenpand aan de gemeente: 'Ik sta ermee op en ga ermee naar bed'
In dit artikel:
Het grachtenpand aan de Jacob van Lennepkade in Amsterdam-West, eigendom van de 70‑jarige mevrouw Ritfeld, raakte zó sterk vervuild en onveilig dat de gemeente in februari 2021 de zeggenschap over het gebouw overnam. Wat bedoeld was als een korte noodreparatie veranderde in een slepend fiasco: een geplande verbouwing van enkele maanden sleurde vier jaar lang aan, kostte ruim €160.000 en liet het conflict tussen huiseigenaar en gemeente alleen maar groter worden.
Ritfeld kocht het pand in 1991 en verhuurde de verdiepingen. Problemen met een eerder – door de gemeente gecontroleerde – renovatie rond de eeuwwisseling leidde tot een jarenlange slepende onenigheid over wie aansprakelijk was voor fundamentele gebreken. Rond 2018 kwam het huis echt in beeld bij bouwinspecteurs: de begane grond lag bloot, een rioolleiding was open waardoor uitwerpselen en rattenoverlast ontstonden, er waren vocht‑ en schimmelplekken, houtrot, lekkende daken en zelfs een balkon waar iemand doorheen zakte. Omdat Ritfeld volgens de gemeente niet reageerde op orders en dwangsommen, nam de gemeente op grond van bevoegdheden uit 2015 het beheer over.
De gemeente onderschatte de omvang van de klus. Tijdens de werkzaamheden doken onvoorziene gebreken op — een muur die dreigde om te vallen, een verkeerd geplaatst bad waardoor een heel plafond moest worden vervangen en een gescheurde hijsbalk die volgens een onafhankelijke inspectie gevaarlijk was. Ook ontstond in april 2025 een extra complicatie toen krakers de opgeknapte, maar lege, begane grond betrokken. Ritfeld zegt dat ze geen vertrouwen had in herstelwerkzaamheden zolang de gemeente niet erkende dat eerdere fouten waren gemaakt; ze voelde zich genegeerd en raakte financieel klemgezet door dwangsommen en beslag op haar AOW.
Een onafhankelijke bouwinspectie, ingehuurd door Ritfeld, concludeerde dat veel onderdelen nog altijd slecht waren en dat het uitgegeven bedrag niet altijd terug te zien was in de kwaliteit. De inspecteur meende dat de gemeente de aannemerskosten “excessief” had begroot en factureerde en dat het werk waarschijnlijk minstens €50.000 minder had mogen kosten. De gemeente verdedigt zich met de uitleg dat het om de eerste beheerovername ging en dat er veel onvoorziene omstandigheden waren.
Uiteindelijk werd een deel van de schuld kwijtgescholden en vertrokken de krakers; Ritfeld kreeg de sleutels terug maar constateerde direct nog gebreken (o.a. een ontbrekende trede, lekkende dakgoot en een ontbrekende aardepin). Met hulp van familie betaalt ze de rest terug en stapte naar de rechter om erkenning en verantwoording van de gemeente af te dwingen. De zaak illustreert hoe complex en kostbaar het wordt als een gemeente ingrijpt bij extreem verwaarloosd particulier bezit — en hoe ingrijpend zo’n conflict kan zijn voor een individuele eigenaar.