Met zijn geheugen als enige bron blikt Koos van Zomeren terug op de prerevolutionaire roes in Nijmegen
In dit artikel:
Koos van Zomeren blikt terug op Nijmegen in 1968 en 1969, een tijd waarin de stad volgens hem op zijn kop stond door studentenprotest, linkse actie en een gevoel van opwinding dat bijna revolutionair aanvoelde. Centraal staat een opmerkelijk lokaal incident: het geboortehuis van Karl Marx’ moeder, Henriëtte Presburg, in de Grotestraat dreigde te worden gesloopt omdat daar een dumphandel zat. Toen een bericht daarover in de krant verscheen, reageerde een net opgerichte actiegroep, Werkgroep KulPol, direct met protestbrieven aan de gemeenteraad en de pers.
Van Zomeren beschrijft hoe hij en collega-journalist Kees Slager tegelijk deel uitmaakten van de lokale redactie van Het Vrije Volk én van die actieclub. De groep werkte met ludieke, bijna cabareteske middelen: brieven, pamfletten en het tijdschrift Roodkapje, waarin zelfs een verzonnen trouwreportage van Marx’ ouders en een speelse “onthulling” over Marx’ verwekking in Nijmegen stonden. De actie kreeg onverwacht internationale aandacht, zelfs in een Sovjetkrant, wat de spanning rond het pand verder vergrootte.
In de Nijmeegse gemeenteraad leidde het dossier uiteindelijk niet tot behoud van het huis, maar wel tot een symbolische oplossing: een plaquette bij nieuwbouw. Van Zomeren gebruikt die geschiedenis om breder te schetsen hoe levendig en ideologisch geladen Nijmegen toen was, met thema’s als Vietnam, vrouwenrechten, anti-autoritarisme en milieubewustzijn. De terugblik eindigt met een persoonlijk verlies- en herinneringsmotief: bij de uitvaart van Michel van Nieuwstadt worden oude politieke en vriendschappelijke herinneringen opnieuw wakker, alsof vergeten kooltjes even worden aangeblazen en weer gaan gloeien.
Vandaag Inside Oranje: René van der Gijp heeft goedbedoeld advies voor Estavana Polman na bezoek aan Vandaag Inside Oranje