Met verf beklad, stukgeslagen of in brand gestoken: Fransen vernielen massaal snelheidscamera's
In dit artikel:
Frankrijk heeft ongeveer 4.700 snelheidscamera’s, maar circa 20 procent daarvan is buiten werking. In de afgelopen tien jaar werden flitspalen meer dan 49.000 keer beschadigd of vernield, gemiddeld zo’n dertien keer per dag. Vandalen bekladden, slaan stuk of steken de apparatuur in brand.
Het vandalisme neemt vooral toe tijdens maatschappelijke protesten. Zo waren camera’s geregeld doelwit bij de Gele Hesjes-demonstraties en boerenblokkades. Herstel en vervanging kostten de Franse staat in tien jaar 177 miljoen euro; een nieuwe radarcamera kost ongeveer 200.000 euro. Ook particulieren maken zich schuldig aan vernieling. Vorig jaar werd een 78-jarige man aangehouden met een verfbom, kort nadat zijn rijbewijs was ingetrokken.
Automobilistenvereniging LDC zegt dat veel Fransen flitspalen vooral zien als een middel om geld binnen te halen. Volgens een enquête van de organisatie zou ruim 90 procent van de ondervraagden niet stemmen op een lokale kandidaat die extra camera’s wil plaatsen. De overheid benadrukt juist dat snelheid en onverantwoord rijgedrag een rol spelen bij ongeveer een derde van de dodelijke verkeersongevallen. De LDC pleit eerder voor betere wegen, omdat gebrekkige infrastructuur volgens haar bij 30 procent van de dodelijke ongevallen meespeelt.
In 2024 registreerden camera’s 14,1 miljoen snelheidsovertredingen. Die leverden 889 miljoen euro aan boetes op, tegenover 4,8 miljard euro aan uitgaven voor verkeersveiligheid. Vooral berucht is een camera bij Montpellier, waar de limiet snel daalt van 130 naar 90 kilometer per uur en dagelijks meer dan duizend overtredingen kunnen worden vastgesteld. Ook buitenlandse automobilisten, waaronder Nederlanders, ontvangen Franse boetes thuis.
De Oranjezomer: Pieter Cobelens: 'We moeten vinden dat iedereen met z'n poten van ons land afblijft!'