Met vaart en smaak toont 'Iemand moet het doen' welke aantrekkingskracht hiphop op hele generaties had
In dit artikel:
De zesdelige documentaire Iemand moet het doen: 50 jaar hiphop in Nederland (makers: Ivan Barbosa en Sacha Vermeulen) reconstrueert hoe hiphop vanuit de Bronx zich vanaf de jaren tachtig ontwikkelde tot een stevige Nederlandse subcultuur. Aan de hand van interviews en archiefbeelden wordt chronologisch zichtbaar hoe kleinschalige jams en buurtprojecten uitgroeiden tot volle concertzalen, hoe graffiti van treinen verhuisde naar mode en hoe taalgebruik evolueerde van Engelstalige nasynchronisatie naar eigenzinnige Nederlandse teksten (met anglicismen en invloeden uit voormalige koloniën).
De film plaatst niet alleen rappers centraal, maar spreekt ook sleutelfiguren uit de bredere scene, zoals Patta-oprichter Edson Sabajo en presentatrice/activiste Sylvana Simons, die het maatschappelijke belang van hiphop benadrukken: een uitlaatklep voor jongeren die zich ongehoord voelden en een instrument om zich af te zetten tegen de witte gevestigde orde. De makers kiezen nadrukkelijk voor sfeer en anekdotes boven strikte reconstructies; veel van de kijkerwaarde komt uit persoonlijke herinneringen van artiesten als Brainpower en Duvel en uit treffende beelden, exemplifiërend hoe creativiteit in flatgebouwen en buurthuizen ontstond.
De documentaire kent ook lacunes: sommige namen en episodes (zoals Ali B) ontbreken, terwijl andere controversiële figuren (bijv. Lil’ Kleine, Kempi) wél aan bod komen — aanleiding tot vragen over de selectiecriteria en de claim van ‘vijftig jaar’ hiphop in Nederland. Desondanks werkt de serie vooral als viering van enthousiasme en veerkracht binnen Nederhop. Zoals SugaCane samenvat: “De regen is gevallen in South Bronx. Maar onder de grond is-ie gaan verspreiden naar de rest van de wereld.”