Met pioniers naar nieuwe expositie over graffiti: 'Voor goede spuitbussen gingen we naar ome Henk op het Waterlooplein'

vrijdag, 15 mei 2026 (17:17) - Het Parool

In dit artikel:

In museum STRAAT op het NDSM-plein is the ESSENCE te zien, een tentoonstelling die de ruim veertig jaar oude Nederlandse graffitiscene in kaart brengt aan de hand van materiaal uit de Dutch Graffiti Library. Die collectie is opgebouwd door de tweeling Richard en Marcel van Tiggelen, zelf voormalig schrijvers uit de jaren ’80, en bevat zeldzame objecten zoals het beduimelde boekje van Ivar Vičs (Dr. Rat) en foto’s van zijn destijds gerestaureerde muurschildering DDT 666 (1978) in de Hondecoeterstraat — werk dat inmiddels als cultureel erfgoed wordt behandeld.

De expositie belicht zowel de pioniers als de stijlontwikkeling van graffiti in Nederland. Belangrijke figuren komen aan bod: Thomas Termaat (Joker), Aileen Middel (Mickey/Mick La Rock) en leden van United Street Artists (Jaz, Shoe, Delta, Jezis, Bandi). Zij vertellen hoe de scene zich in de late jaren ’70 en vroege jaren ’80 ontwikkelde vanuit punk- en voetbalsubculturen, met sterke invloeden uit Amerikaanse boeken als Subway Art. Typische stijlcategorieën — blockbuster, bubble en wildstyle — werden lokaal overgenomen en later verrijkt: Delta bracht een ruimtelijke 3D-aanpak, Shoe experimenteerde met wat later calligraffiti werd genoemd.

De tentoonstelling toont niet alleen esthetische hoogstandjes, maar ook sociale en praktische aspecten van de scene: black books, mailart-uitwisselingen tussen schrijvers in verschillende steden, en handelspraktijken rond spuitbussen. Namen als Henk Kramer (Henxs) en de zaak Kuhlman komen naar voren als belangrijke leveranciers van materialen; shops die aanvankelijk spuitbussen achterin hielden maar later vaste steunpunten werden. Oude anekdotes illustreren ook de illegale kant — het massaal meenemen van bussen, het zoeken van plekken met hoge pakkans — en de waardering die ontstaan is voor dat risicovolle ethos.

Een omslagpunt in de publieksperceptie was Holland Graffiti (1987), een V&D-initiatief ter gelegenheid van hun honderdjarig bestaan. Kunstenaars werden gevraagd grote muurschilderingen en posters te maken; het project zorgde voor brede media-aandacht, commerciële opdrachten en meer zichtbaarheid voor graffitikunst. Voor sommigen betekende dit dat graffiti mainstream werd en nieuwe generaties aantrok; voor anderen brak daarmee het purisme en de exclusiviteit van illegale writing. Termaat en Middel reflecteren op die spanning: waar vroeger de status van een piece mede bepaald werd door illegale plaatsing (treinen, hoge gebouwen), ontstond er nu ruimte voor geënsceneerde, commerciële of museumgecontextualiseerde werken. Middel beschrijft ook haar eigen artistieke ontwikkeling: van strikt stijlschrijven naar typografische experimenten die aanvankelijk niet werden begrepen maar later door musea werden opgepikt.

Van Tiggelen koos voor the ESSENCE niet per se de mooiste objecten, maar stukken die het narratief van de scene vertellen: van kopietjes die per post rondgingen tot canvassen en panels waarmee kunstenaars hun netwerk en proces zichtbaar maakten. Sommige historische werken, zoals een serie van honderd pieces uit 1987 waarvan velen later via Sotheby’s werden verhandeld, zijn deels spoorloos — een herinnering aan de fragiele relatie tussen straatkunst, verhandelbaarheid en behoud.

Persoonlijke trajecten van de betrokkenen illustreren de veranderende houdingen: Termaat hing zijn spuitbussen jong aan de wilgen en ging professioneel verder in de creatieve industrie; Middel vond in haar latere werk erkenning in de kunstwereld. De tentoonstelling loopt nog tot 30 december en biedt zowel een kroniek van stijlen en technieken als een reflectie op hoe graffiti zich verhoudt tot criminalisering, commercie en cultureel erfgoed.