Met nieuwe expositie deelt Groninger Museum een dreun uit: aan Hip Hop is niet meer te ontkomen
In dit artikel:
Het Groninger Museum toont tot 10 mei 2026 de tentoonstelling Hip Hop Is, een overzicht dat vooral de visuele kant van hiphop – van grafische vormgeving en fotografie tot schilderkunst, beeldhouwkunst en graffiti – in beeld brengt. De expositie, samengesteld met gastcurator Rieke Vos en met bijdragen van lokale pioniers, legt nadruk op hoe hiphop sinds de jaren zeventig het straatbeeld en de beeldende kunst heeft beïnvloed.
Hoewel de huidige directeur Roos Gortzak bij de opening kort sprak, kreeg de komst van de tentoonstelling deels gestalte dankzij voormalig directeur Andreas Blühm; het museum heeft al langer affiniteit met straatkunst, onder meer door initiatieven van Frans Haks in de jaren tachtig en negentig. Daardoor kan Groningen putten uit eigen collecties met werken van graffitikunstenaars als Quik en Rammellzee — voor laatstgenoemde is een aparte ruimte ingericht met politiek geladen sculpturen, grote 'Garbage God'-poppen en abstract werk dat zijn verbondenheid met de avant-garde en met Basquiat laat zien.
Een opvallend onderdeel is de presentatie van 840 platenhoezen uit het Dutch Hip Hop Archive, chronologisch geordend van een vroege single uit 1979 tot hedendaagse releases; dat geeft een concreet beeld van de Nederlandse ontwikkeling van de scene. Iconische foto’s zoals Jamel Shabazz’ Radio Man uit Brooklyn onderstrepen de oorsprong van hiphop als straatcultuur en zelfexpressie. Daarnaast confronteren kunstenaars als Umar Rashid bezoekers met satirische, politieke reflecties op koloniale en machtsverhoudingen — een kant van hiphop die historische kritiek en bijtende humor combineert.
De tentoonstelling zoekt actief de verbinding met de regio: Groningse artiesten als Mick la Rock (Aileen Middel) en lokale pioniers als Sherlock Telgt en DJ Lowpro (Dennis Kok) zijn betrokken, er worden lezingen en breakdanceshows georganiseerd en een hiphopcaravan trekt door de provincie. Die lokale inbedding benadrukt dat hiphop hier niet alleen als geïmporteerde cultuur wordt getoond, maar als levende praktijk met eigen geschiedenis en spelers.
Hoewel Hip Hop Is geen volwaardige muziektentoonstelling wil zijn, erkent de opzet dat zonder geluid en ritme de cultuur niet volledig te vatten is. De tentoonstelling is daarmee een visuele verkenning van een vijftig jaar oude, veelzijdige beweging die politieke en esthetische lagen combineert — een tentoonstelling die, ondanks de beperkingen van aanstippen, nog even nagalmt nadat je het museum verlaat.