Met harde cijfers in de hand: Annick De Ridder, de minister die haar wil doorduwt, wars van alle kritiek
In dit artikel:
Annick De Ridder (N-VA), sinds september 2024 Vlaams minister van Mobiliteit, ligt opnieuw onder vuur nadat haar instructie aan De Lijn om te besparen gevolgen heeft voor het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs. In het Vlaams parlement klonk vandaag opvallend eensgezind kritiek van zowel meerderheid als oppositie: de geplande besparingen leiden tot minder ritten, minder deur-aan-deurophaling en langere reistijden voor kwetsbare leerlingen — iets wat tegen de eerdere richtlijn ingaat dat geen leerling meer dan 90 minuten per traject op de bus mag zitten.
De kern van het conflict is budgettair. De Lijn kreeg 139 miljoen euro voor leerlingenvervoer en moet binnen dat bedrag blijven, terwijl de vervoersmaatschappij vorig jaar al over die grens ging. Daarnaast moet De Lijn 35,5 miljoen euro besparen als onderdeel van een bredere besparingsoefening die hoort bij de Vlaamse opdracht om in 2027 een begrotingsevenwicht te bereiken. De Ridder verdedigt die harde aanpak: de regering voert een “moeilijke maar nodige” oefening van 1,5 miljard euro, en haar portefeuille moest haar deel doen om toekomstige generaties niet met extra rentelasten op te zadelen. Ze waarschuwt dat uitstel van de optimalisatie de besparing later alleen maar zwaarder zou maken.
De timing van haar beslissingen voedde extra controverse. Voordat vervoerregioraden — overlegorganen waarin lokale besturen inspraak hebben over buslijnen — hun advies konden geven, werden contracten met private vervoerders al aangepast. De minister zegt dat dit noodzakelijk was om de optimalisaties op 1 juli te laten ingaan; uitstel tot na 1 april zou de besparingsopgave hebben doen toenemen. De Ridder erkent tegelijk dat de timing krap was en transparantie over cijfers te wensen overliet, en kondigde een “verbetertraject” voor De Lijn aan.
Ook uit eigen N-VA-kringen kwam kritiek: lokale bestuurders maken zich zorgen dat veel geld uit De Ridder’s portefeuille naar Antwerpen vloeit, onder meer voor de Oosterweelwerken, en dat daardoor andere mobiliteitsknelpunten blijven liggen. Een tweede Antwerps pijnpunt is de steun aan de luchthaven van Deurne — Vlaanderen betaalt momenteel circa 26 euro per reiziger — wat voor tegenstand zorgt omdat het contract verouderd is en de subsidiëring twijfelachtig oogt. De oppositie (Groen, PVDA) pleit ervoor de luchthavensteun te schrappen en het geld naar De Lijn te heroriënteren. De Ridder ontkent voorkeur voor haar provincie en benadrukt dat het Geïntegreerd Investeringsprogramma (GIP) door de hele regering is goedgekeurd.
De artikelen schetsen een minister die rigoureus vasthoudt aan cijfermatige doelstellingen en daardoor regelmatig botst met collega’s, lokale besturen, vakbonden en actiegroepen. Haar bestuurlijke stijl maakt enerzijds dat ze snel beslissingen neemt en projecten doorvoert — een aanpak die haar eerder nationale bekendheid gaf — maar levert anderzijds spanningen en publieke onvrede op. Eerder dit jaar was er ook een persoonlijke rel met Vlaams parlementslid Gwendolyn Rutten over een vermeende drugsopmerking; De Ridder liet een bloedtest uitvoeren die geen sporen van cocaïne aantoonde.
Vooruitkijkend blijven zware dossiers op haar bord liggen: de financiering en kostenoverschrijdingen van Oosterweel, de verouderde mobiliteitsinfrastructuur en de vraag of extra aangekondigde investeringen (50 miljoen euro in 2027, 100 miljoen in 2028, 125 miljoen in 2029) daadwerkelijk beschikbaar blijven gezien geopolitieke onzekerheid en strakke begrotingen. Dat maakt de komende drie jaar in deze legislatuur mogelijk hobbelig, zeker wat betreft de sociale gevolgen van zuinigheidsmaatregelen voor kwetsbare reizigers.
De Oranjezomer: Econoom Jona van Loenen legt uit: waarom stijgen de benzineprijzen harder dan ze weer dalen?