Met gevaar voor eigen leven noteerde Victor Klemperer jarenlang de taal van het Derde Rijk

vrijdag, 16 oktober 2026 (13:29) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Victor Klemperer, een joodse germanist en voormalige hoogleraar in Dresden, legde tijdens het naziregime in dagboeken vast hoe de taal en de ideologie van het Derde Rijk het dagelijks leven binnendrongen. Zijn aantekeningen, die na de oorlog de basis vormden voor het boek *LTI – Lingua Tertii Imperii*, laten zien hoe propaganda, uitsluiting en onverschilligheid samen een samenleving konden vergiftigen.

Op 10 september 1938 hoort Klemperer in een café langs de Elbe een toespraak van Hermann Göring. Terwijl de radio antisemitische propaganda en oorlogsretoriek verspreidt, let vrijwel niemand op: bezoekers kaarten, lezen of praten. Klemperer ziet daarin een belangrijk teken. Veel Duitsers lijken zich afzijdig te houden van de politiek, maar hun apathie maakt het mogelijk dat het regime ondertussen de rechtsstaat vernietigt, tegenstanders vervolgt, joden uitsluit en Europa richting oorlog voert. Twee maanden later volgt de Novemberpogrom.

Klemperer was sterk met Duitsland verbonden. Hij had als vrijwilliger in de Eerste Wereldoorlog gediend, was hoogleraar in Dresden en voelde zich Duitser, ondanks zijn joodse afkomst en latere bekering tot het protestantisme. Na de machtsovername van Hitler in 1933 verloor hij zijn positie; in 1935 werd hij gedwongen met pensioen gestuurd. Publiceren werd onmogelijk, hij mocht geen boeken meer lenen en moest zijn typemachine inleveren. Daarom schreef hij in het geheim verder en bestudeerde hij de nazitaal.

Volgens Klemperer bestond die taal uit voortdurende herhaling, holle frasen, dreigementen, zelfverheerlijking en superlatieven. Joden werden vernederd door verplichte namen als ‘Israel’ en ‘Sara’ en door aanduidingen als ‘de jood Marx’. Ironische aanhalingstekens ondermijnden de reputatie van wetenschappers en politici. De propaganda presenteerde Duitsland als voortdurend bedreigd en schoof de verantwoordelijkheid voor de oorlog consequent op de joden. Ook toen de Duitse nederlaag onafwendbaar was, bleef de staatspropaganda spreken over een ‘ijzeren ras’ en een zekere overwinning.

De schrijver trekt parallellen met hedendaagse politieke taal, waarin overdrijvingen, vijandbeelden en uitspraken over het ‘strengste regime ooit’ eveneens invloed proberen uit te oefenen. Hij verwijst onder meer naar Donald Trump, Geert Wilders en Nederlandse politici die groepen inwoners neerzetten als mensen die niet werkelijk bij de natie horen. De vergelijking is niet dat de huidige situatie gelijkstaat aan nazi-Duitsland, maar dat taal volgens Klemperer een middel kan zijn om discriminatie te normaliseren en medeburgers uit te sluiten.

De dagboeken beschrijven ook hoe die woorden in concrete maatregelen veranderen. Joden verliezen hun rijbewijs, inkomen, bezit, bewegingsvrijheid en toegang tot onderwijs en openbaar vervoer. Ze moeten een jodenster dragen en worden uit hun huizen gezet. In Dresden daalt de joodse bevolking van ongeveer vijfduizend mensen in 1933 tot 42 aan het einde van de oorlog. Klemperer en zijn niet-joodse vrouw Eva overleven doordat zij als ‘arisch’ wordt beschouwd, maar worden geïsoleerd en gedwongen in zogenoemde Jodenhuizen te wonen. Vrienden, buren en collega’s doen vaak alsof ze hen niet kennen.

Klemperer registreert niet alleen het geweld van de Gestapo en de pesterijen van Hitlerjugend-kinderen, maar ook zijn eigen angst, honger en morele afstomping. Hij steelt voedsel en merkt na de zelfmoord van een huisgenoot dat hij vooral aan de aardappelen denkt die mogelijk beschikbaar komen. Tegelijkertijd ontmoeten hij en Eva soms Duitsers die hen waarschuwen, voedsel geven of helpen, hoewel ook deze behulpzame mensen vaak antisemitische opvattingen hebben. Het dagboek zelf is voor Klemperer een vorm van verzet: publicatie of ontdekking ervan kan hem het leven kosten, maar hij wil getuigen tot het einde.

In februari 1945 dreigt deportatie van de laatste joden uit Dresden. Tijdens het bombardement op de stad op 13 februari raken Victor en Eva elkaar kwijt, maar vinden elkaar terug. In de chaos weten ze te ontkomen. Eva verwijdert de jodenster van zijn jas en op zijn papieren wordt zijn naam veranderd in ‘Kleinpeter’. Vervolgens trekken ze drie maanden door Beieren, waar ze geregeld hulp krijgen. Zonder zichtbaar merkteken kan niemand zien dat Klemperer joods is: na twaalf jaar vervolging blijkt het onderscheid kunstmatig en uitsluitend gebaseerd op een opgelegde identiteit.

Na de capitulatie in mei 1945 merkt Klemperer hoe Duitsers hun houding snel aanpassen en doen alsof er niets is gebeurd. De auteur stelt daar de bekende bewering ‘Wir haben es nicht gewusst’ tegenover: volgens hem was het eerder zo dat velen niet wilden weten wat er gebeurde. Ze zaten in cafés, hoorden de propaganda en keken weg terwijl hun joodse buren verdwenen. Daarom vindt hij het achteraf begrijpelijk dat geallieerden Duitse burgers langs massagraven en concentratiekampen lieten lopen. Zij moesten onder ogen zien welke misdaden waren gepleegd terwijl zij, uit onverschilligheid of gemakzucht, niet ingrepen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: René van der Gijp hoort opvallend nieuws over Harry Mens: 'Die man is echt gek geworden!'