Met een knipoog naar René Froger: Museum Het Schip toont hoe wonen in Amsterdam veranderde van een volksrecht in een vermogensmachine

vrijdag, 14 augustus 2026 (20:02) - Het Parool

In dit artikel:

Museum Het Schip in Amsterdam gebruikt de tentoonstelling ‘Geen eigen huis’ om ruim een eeuw volkshuisvesting te belichten. Aanleiding zijn het 125-jarig bestaan van de Woningwet en het 25-jarig jubileum van het museum. De expositie verbindt de geschiedenis nadrukkelijk met de huidige wooncrisis, waarin betaalbare woningen voor veel mensen moeilijk bereikbaar zijn.

Het museumgebouw zelf, Het Schip in de Spaarndammerbuurt, vormt het vertrekpunt. Het complex werd tussen 1919 en 1921 ontworpen door Michel de Klerk voor arbeiders en lagere middenklassengezinnen. De rijke architectuur moest bewoners niet alleen onderdak bieden, maar ook waardigheid en een gevoel van verbondenheid geven. Dat past bij de idealen van de vroege volkshuisvesting, waarin kwaliteit en duurzaamheid net zo belangrijk konden zijn als het aantal woningen.

De Woningwet van 1901 maakte goede huisvesting tot een publieke verantwoordelijkheid. Gemeenten kregen meer zeggenschap over woningbouw en erkende woningbouwverenigingen konden met staatssteun complexen realiseren. Dat was een reactie op de snelle verstedelijking en de slechte, vaak overvolle woningen die tijdens de industrialisatie waren ontstaan. Amsterdam bouwde vervolgens op grote schaal nieuwe buurten, tuindorpen en woningcomplexen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de bouwproductie verder opgevoerd vanwege het grote woningtekort. De tentoonstelling toont met maquettes, foto’s, affiches en documenten onder meer de ontwikkeling van de Westelijke Tuinsteden en de Bijlmer. Die projecten waren gebaseerd op idealen als licht, ruimte, groen en een duidelijke scheiding van functies, maar kregen ook te maken met sociale problemen, migratie en bewonersprotest. In de oude stad leidde de dreiging van sloop in de jaren zeventig tot verzet en de opkomst van de kraakbeweging.

Volgens conservator Melle van Maanen is de doelgroep van sociale huur in de loop der tijd smaller geworden. Waar volkshuisvesting vroeger ook arbeiders en lagere middenklassers omvatte, richt de sociale huursector zich nu vooral op de laagste inkomens. Daardoor zijn huishoudens met beperkte middelen en uiteenlopende problemen sterker in dezelfde buurten geconcentreerd geraakt.

Een belangrijke omslag kwam na de nota van staatssecretaris Enneüs Heerma uit 1989. Woningcorporaties werden financieel zelfstandiger, directe overheidssteun nam af en eigenwoningbezit werd nadrukkelijker gestimuleerd. De woning veranderde daardoor steeds meer in zowel een basisvoorziening als een financieel bezit. Huiseigenaren konden profiteren van de prijsstijgingen, terwijl starters met een hogere drempel werden geconfronteerd.

De tentoonstelling maakt die mechanismen zichtbaar in een groot werk van kunstenaar Carlijn Kingma. Haar systeemkaart brengt de invloed van banken, beleggers, grondprijzen, hypotheken, corporaties, gemeenten en politiek op de woningmarkt samen. Het project is gebaseerd op twee jaar onderzoek en ongeveer 150 interviews. De centrale vraag is niet alleen hoe het woningtekort kan worden verminderd, maar ook welke partijen voordeel hebben van het huidige systeem en wie de nadelen draagt.

Andere onderdelen laten de wooncrisis op kleinere schaal zien. Zo wordt de Sheltersuit van modeontwerper Bas Timmer getoond, een warm en waterafstotend pak voor mensen die buiten slapen. Het biedt bescherming, maar is geen structurele oplossing voor dakloosheid. Platform Woonopgave presenteert daarnaast een kaart waarop de regels rond woningbouw zijn samengebracht, van grondverwerving en financiering tot bouw, bewoning en sloop.

Volgens dat platform kunnen binnen bestaande gebouwen en buurten nog miljoenen woningen worden toegevoegd. Mogelijkheden zijn onder meer het benutten van leegstaande panden en ruimtes boven winkels, het splitsen van woningen, optoppen en bouwen op ongebruikte plekken. Vooral in naoorlogse wijken zou ruimte zijn voor verdichting zonder ieder open gebied vol te bouwen. Daarbij moet volgens de makers de kwaliteit van de hele buurt verbeteren.

De expositie benadrukt echter dat extra woningen alleen de crisis niet oplossen. Ook grond, financiering, regelgeving, eigendom, huurbeleid en politieke keuzes bepalen wie toegang krijgt tot een huis. ‘Geen eigen huis’ eindigt daarom met de vraag of wonen vooral een manier blijft om vermogen op te bouwen, of opnieuw sterker als publieke en maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt behandeld. De tentoonstelling is tot en met 11 oktober te zien in Museum Het Schip.

BEKIJK OOK:

De Oranjezomer: Wat vindt De Oranjezomer-tafel van de Renaissanceschool van Forum voor Democratie?