Met een drone-aanval op het Venezolaanse platteland verhardt Trump zijn campagne tegen Maduro
In dit artikel:
De Amerikaanse regering voerde kort voor Kerst mogelijk voor het eerst een aanval met een drone uit op het vasteland van Venezuela, gericht op een aanlegsteiger aan de kust waar volgens Washington drugstransporten zouden worden geladen. President Donald Trump maakte de actie terloops bekend tijdens een radiogesprek en bevestigde later tegenover journalisten dat er „een grote explosie in het havengebied” was geweest en dat de boten waren geraakt; hij weigerde te zeggen wie de aanval precies had uitgevoerd. Amerikaanse media meldden op basis van anonieme bronnen dat de CIA de drone-aanval heeft uitgevoerd. Caracas heeft tot nog toe geen officiële reactie gegeven.
Als er inderdaad geen doden vielen, vormt een aanval op land desalniettemin een duidelijke escalatie van een campagne die de VS deze zomer begonnen. Sinds half augustus verzamelt het Pentagon een marinevloot in Caribische wateren en bombardeerde tientallen vermeende drugssmokkelbootjes; volgens de VS zijn daarbij 107 opvarenden gedood. Washington presenteert de acties als bestrijding van „narcoterroristen” die volgens de regering bijdragen aan tienduizenden overdosisdoden in de VS, maar critici zien de operatie vooral als druk op het bewind van Nicolás Maduro en een poging regimewisseling te bewerkstelligen.
De aanvallen roepen veel juridische en politieke vragen op. Parlementariërs, juristen en mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat het zonder proces uitschakelen van verdachte smokkelaars neerkomt op buitengerechtelijke executies. Een voorstel in de Senaat om de regering te dwingen vooraf toestemming van het Congres te vragen voor verdere militaire acties tegen Venezuela strandde nipt. Witte Huis-stafchef Susie Wiles gaf in een interview toe dat landoperaties formeel de goedkeuring van het Congres zouden vereisen, maar benoemde tevens dat er volgens haar dagelijks informatie-uitwisseling met wetgevers plaatsvindt.
De keuze voor de CIA in plaats van reguliere strijdkrachten past in een langer bestaand patroon waarin inlichtingenoperaties worden ingezet om congressionele goedkeuring te omzeilen — een werkwijze die ook tijdens de War on Terror vaak voorkwam. Het Trump-team zoekt bovendien naar een juridische rechtvaardiging door bepaalde criminele netwerken als buitenlandse terreurorganisaties te bestempelen; de link tussen de aangevallen aanlegsteiger en de groep Tren de Aragua werd door Amerikaanse bronnen genoemd, maar die bende is in de VS vooral bekend om mensenhandel en prostitutie, niet drugs.
Naast militaire druk leggen de VS Maduro ook economisch aan banden: gesanctioneerde olietankers werden onderschept en olie-exporten ontmoedigd. Maduro probeert in publieke optredens kracht uit te stralen; zijn regering liet kort voor Kerst 99 gevangen demonstranten vrij, mogelijk als gebaar richting Washington. Of de VS-doelstelling van regimewisseling hierdoor dichterbij komt, blijft onduidelijk — maar de stap richting aanvallen op land vergroot de kans op verdere escalatie en op internationale en juridische controverse.