Met deze 'Praagse Porsche' is het flink aanpoten, maar Skoda heeft budget-imago inmiddels van zich afgeschud
In dit artikel:
Škoda viert honderd jaar als automerk, met wortels die teruggaan naar het prille autogebeuren: het bedrijf ontstond uit het fietsen- en motorfietsbedrijf Laurin & Klement (eind 19e eeuw) en werd in de jaren twintig onderdeel van de grote industriële groep Škoda. Door de 20e eeuw heen ontwikkelde het merk zich van lokale bouwer tot massaproducent in Oost-Europa, waarbij na de Tweede Wereldoorlog nationalisering en het communistische bestel lange tijd het imago van eenvoudige, betaalbare mobiliteit bepaalden.
De echte omslag kwam na de val van het IJzeren Gordijn en vooral sinds de samenwerking met de Volkswagen‑groep in de jaren negentig. Toegang tot moderne platformen, techniek en productieprocessen tilde betrouwbaarheid, afwerking en ontwerp naar een hoger niveau. Modellen als de Octavia en later de Superb en Kodiaq maakten Škoda in Europa breed populair: ze boden vaak meer binnenruimte en praktische oplossingen dan concurrenten, tegen scherpe prijzen. Die mix van prijs, kwaliteit en slimme details («Simply Clever»-benadering) veranderde het beeld van het merk van budget naar een merk dat veel klanten zelfs boven sommige Volkswagen‑modellen plaatsen qua beleving.
Tegenwoordig profileert Škoda zich als volwassen, klantgericht en technisch vooruitstrevend: de introductie van EV‑modellen zoals de Enyaq laat zien dat het merk ook in de elektrificatie snel terrein wint. Productie en verkoop zijn internationaal gegroeid, terwijl de Tsjechische identiteit en de trouwe schare klanten zorgen voor continuïteit. Kortom: Škoda’s eeuwlange ontwikkeling van ambachtelijke bouwer via Oostblok‑gezelschapauto tot modern, competitief automerk verklaart waarom het ‘bloed’ — loyaliteit en nationale trots — moeilijk te verdrijven is.