Met de bedrijfsiftar zijn we, naast de oude vertrouwde kerstborrel, een traditie rijker

donderdag, 19 maart 2026 (09:20) - Trouw

In dit artikel:

Iftar — de maaltijd waarmee moslims tijdens de ramadan na zonsondergang het vasten verbreken — is in Nederland uitgegroeid van een huiselijk ritueel tot een breed maatschappelijk fenomeen. Waar traditioneel familie bijeenkomt, zijn er de laatste decennia steeds meer publieke iftars: moskeeën organiseren maaltijden voor daklozen en minderbedeelden, het Contactorgaan Moslims en Overheid organiseert sinds ongeveer tien jaar een Nationale Iftar met religieuze en maatschappelijke leiders en vaak een kabinetslid, en steeds meer bedrijven nodigen werknemers uit voor gezamenlijke iftars. Voorbeelden van bedrijfsorganisatoren lopen van Albert Heijn tot ING.

Opvallend is dat ook overheidsinstanties en niet-commerciële organisaties meedoen. De Amsterdamse politie zet al meer dan dertig jaar een grote iftar op en dit initiatief is in steeds meer gemeenten overgenomen. Die bijeenkomsten trokken kritiek van secularisten en rechts, die vreesden voor islamisering; de politie houdt echter vol dat zulke contacten nuttig zijn voor het vertrouwen en de effectiviteit van politiewerk.

De groei van de bedrijfsiftar illustreert hoe ondernemingen soms meer bijdragen aan dialoog en inclusie dan politieke instituties. Kamerleden reageerden recent nog fel toen islamitische parlementsleden vroegen een vergadering vijftien minuten eerder te schorsen vanwege de iftar. Bedrijven lijken vooral pragmatische motieven te hebben — personeelsbinding, inclusie en imago — maar die praktische overwegingen leveren wel echte waarde op in termen van ontmoeting en wederzijds begrip.

Voor veel Nederlandse moslims, vooral de generaties gevormd na 9/11 en de moord op Theo van Gogh, blijven discriminatie en achterstanden op de arbeidsmarkt voelbaar; gezamenlijke iftars bieden een laagdrempelige manier om verbinding te herstellen. Dat de bedrijfsiftar inmiddels naast de traditionele kerstborrel staat, betekent dat Nederland er een nieuwe gewortelde praktijk bij heeft.