Met 'Coexistence, My Ass!' wil Noam Shuster vooral Israëliërs bereiken, maar die hebben geen oor voor haar comedy

woensdag, 11 maart 2026 (11:15) - De Groene Amsterdammer

In dit artikel:

Noam Shuster is een Israëlische comedian en activist die opgroeide in Neve Shalom/Wahat al‑Salaam, een door Joden en Palestijnen gedeelde woongemeenschap. Haar eerste documentaire, Coexistence, My Ass!, gebruikt materiaal uit vlogs tussen 2019 en 2024 om het persoonlijke lot van een idealist te verbinden aan de ontwrichting van het Israëlische politieke landschap.

De film volgt Shusters transitie van gehoorzaam vredsambassadeur — ooit gefêteerd door buitenlandse delegaties en geëngageerd tot bij de Verenigde Naties — naar een satiricus die internetvolgers verzamelt maar weinig politieke verandering realiseert. Haar achtergrond maakt haar dubbelzinnig inzetbaar: ze spreekt Hebreeuws, Arabisch en Engels, verzet zich tegen deelname van haar Arabische vaardigheden aan militaire doeleinden en profileert zich als stem tegen de bezetting. Tegelijk blijft ze onbegrepen door de grote meerderheid van haar landgenoten en voelt ze zich evenmin helemaal thuis bij Palestijnen of de Iraanse gemeenschap waartoe sommige vrienden behoren.

Shuster zet comedy in als politiek instrument. In korte sketches en liedjes — waaronder virale satire over de normalisering met de Emiraten — ontmaskert ze hypocrisie en het gebrek aan gelijke rechten. Op Instagram heeft ze tienduizenden volgers en miljoenen views, maar zowel zij als gesprekspartners zoals Mehdi Hasan merken dat bereik niet hetzelfde is als invloed: haar opvattingen vinden nauwelijks gehoor onder Israëliërs die ze juist wil bereiken.

De documentaire circuleert tussen kleine scènes van podiumwerk (waar humor soms wel verbindend werkt, bijvoorbeeld tijdens een Palestijns comedyfestival) en momenten van wanhoop: Shuster ziet hoe de hoop op co-existentie wegslijt, lang voordat Hamas in de herfst van 2023 met grootschalig geweld de regio in nog meer chaos stortte. Belangrijke kantelmomenten zoals de Sheikh Jarrah‑protesten van 2021 worden getoond als aanwijzingen van toenemende polarisatie en groeiend antisemitisch en anti‑Arabisch geweld in de straat. Shuster sluit zich aan bij demonstraties tegen de erosie van de rechtsstaat, maar wordt daar door sommigen gemaand eerst eenheid tegen rechts te zoeken in plaats van systeemkritiek te blijven uiten.

Een centraal thema in de film is toebehoren: Shusters humor zoekt herkenning en gedeelde ervaring, maar haar gelaagde identiteit maakt haar positie kwetsbaar. De documentaire toont hoe een idealistische opvoeding in een gemeenschapsproject botst met een samenleving die steeds verder polariseert. Terwijl collega‑artiesten zoals Neta Elkayam besluiten emigratie te kiezen na 7‑10‑2023, voelt Shuster zich te verantwoordelijk om te vertrekken en blijft ze op het toneel en op straat strijden tegen wat zij ziet als escalerende onrechtvaardigheid.

De film laat de begrenzingen van wat sommigen de 'peace industry' noemen zien: symbolische voorbeelden van co-existentie trekken internationale aandacht, maar blijken politiek weinig verandering op te leveren als ongelijkheid en bezetting onvermeld blijven. Shuster had oorspronkelijk de vredsbeweging intern kritisch willen onderzoeken, maar koos in de uiteindelijke film terughoudender te zijn om het kleine rijtje bondgenoten niet te vervreemden — een keuze die de documentaire mede tot een verhaal van ontgoocheling maakt. Eindigend op een toon van vermoeidheid rijst de vraag die de film impliciet stelt: is politieke comedy in Israël nog mogelijk na Gaza, en hoe ver reikt de macht van humor in een land dat steeds minder vatbaar lijkt voor wederzijdse erkenning?