Israël en VS hadden 'unieke kans' om ayatollah te doden na lange voorbereiding

maandag, 2 maart 2026 (13:58) - NU.nl

In dit artikel:

Amerika en Israël voerden maandenlange voorbereiding uit voordat ze op 28 februari in één golf toesloegen op Iran; een onverwachte vergadering van de hoogste leider versnelde de aanval. Al sinds juni vorig jaar hielden Amerikaanse en Israëlische inlichtingendiensten, waaronder de CIA en de Mossad, het leiderschap nauwlettend in de gaten. De CIA volgde volgens ingewijden mobiele telefoons en bodyguards en bouwde zo een gedetailleerd beeld op van routines en locaties.

In de aanloop naar de aanval verhoogde de VS haar militaire aanwezigheid in het Midden-Oosten aanzienlijk; eind januari was een groot deel van de Amerikaanse vloot in de regio gepositioneerd. Tegelijkertijd vonden er in Iran protesten plaats en waren er nog diplomatieke gesprekken gaande: kort voor de aanslag overlegden de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araqchi en de Amerikaanse gezanten Steve Witkoff en Jared Kushner in Oman, waar volgens de bemiddelaar “aanzienlijke vooruitgang” was geboekt.

Na het vertrek uit Oman kreeg de CIA nieuwe, volgens bronnen zeer betrouwbare informatie dat de opperste leider zaterdagochtend een vergadering bijwoonde in een hoofdkwartier in Teheran. Die tip deelden de Amerikanen met Israël, dat dezelfde ochtend actie ondernam. Israëlische vliegtuigen stegen vroeg op en waren twee uur later boven Teheran; tegelijkertijd werden langeafstandsraketten afgevuurd. Meerdere inslagen troffen onder meer de locatie van de bijeenkomst; sommige bronnen melden dat de eerste drie treffers binnen zestig seconden vielen. Door overdag toe te slaan hoopten de aanvallers de Iraanse top te verrassen — aanvankelijk rekenden alle partijen op een aanval ’s nachts, waardoor extra voorzorgsmaatregelen uitbleven.

Bij de aanval kwamen de opperste leider, de Iraanse minister van Defensie en de leider van de Revolutionaire Garde om het leven. Het kantoor van president Masoud Pezeshkian werd eveneens getroffen, maar hij bleef ongedeerd en sprak zondag nog tot het land.

De reactie van bemiddelaars was fel: de Omaanse minister van Buitenlandse Zaken, die probeer­de te onderhandelen en inmiddels in de VS was, noemde de aanval “verbijsterend” en waarschuwde Washington zich niet verder te laten meeslepen. Ook is er internationale twijfel over de juridische en feitelijke grondslag van de aanval: experts betwijfelen dat Iran op korte termijn een kernwapen zou bouwen of dat het met ballistische raketten onweerlegbaar een directe dreiging vormde, en velen achten luchtaanvallen alleen niet voldoende om het regime omver te werpen.