Merz incasseert gevoelige klap op wereldtoneel: Duitsland verliest VN-zetel aan Portugal en Oostenrijk
In dit artikel:
Duitsland heeft onverwacht een zetel in de VN-Veiligheidsraad voor 2027–2028 misgelopen. Bij de stemming in New York kwam het land niet door de stembusgang van de Algemene Vergadering: Duitsland kreeg 104 stemmen, terwijl Oostenrijk 134 en Portugal 131 kregen toegewezen. Ook Zimbabwe, Kirgizië en Trinidad en Tobago verwierven de overgebleven tijdelijke plaatsen. Twee van de vrije zetels waren bestemd voor landen uit de groep West-Europa, Canada en Oceanië — de categorie waarin Duitsland kandideerde.
Buitenlandse Zaken-minister Johann Wadephul voerde de laatste dagen persoonlijk campagne in New York, maar beschouwt de uitslag als een "grote teleurstelling" en wijst in de richting van Russische tegenlobby: volgens hem hebben Moskou en mogelijk stemmenverlies door duidelijke Duitse steun aan Oekraïne en Israël tegen gewerkt. Bondskanselier Friedrich Merz erkende het verlies met de woorden "We hebben ons doel niet bereikt", maar benadrukte dat dat de inzet van Duitsland voor multilaterale samenwerking niet verandert.
De nederlaag levert politieke discussie in Berlijn op. Oppositiepartijen spreken van een beschamende uitkomst en menen dat Berlijn door zijn huidige buitenlandse koers krediet bij andere landen heeft verspeeld. Links ziet aanleiding voor scherpere kritieken van Duitsland op internationale conflicten als Gaza, Venezuela en Iran; de radicaalrechtse AfD gebruikt de gang van zaken om de waarde van de VN-instituten aan te vallen. Binnen de regeringscoalitie klinkt ook kritiek dat Duitsland zich sterker had moeten uitspreken tegen recente schendingen van het volkenrecht.
Achtergrond: de VN-Veiligheidsraad heeft vijf permanente leden en tien niet-permanente leden, die voor twee jaar door de Algemene Vergadering worden gekozen. Duitsland zat al zesmaal in de raad, laatst in 2020, en slaagde eerder steeds in het binnenhalen van een zetel wanneer het zich kandidaat stelde. De onverwachte mislukking voor 2027–2028 is daarmee een politieke tegenvaller en zet de discussie over Duits buitenlands optreden en diplomatieke strategie scherp op de agenda.