Merol en Maxim Hartman: 'Ik word soms aangesproken met: jij bent toch die vrouwenhater?'
In dit artikel:
In Museum Voorlinden in Wassenaar voeren televisie- en podcastmaker Maxim Hartman (62) en popartieste Merol (Merel Baldé, 35) een speels, soms scherp gesprek over kunst, inspiratie, seksualiteit en gender. Aanleiding is Merols nieuwe album Leve de Feeks, waarvan zij zelf de creative direction deed en dat op provocerende wijze vrouwelijke seksualiteit, moederschap en het patriarchale schoonheidsideaal bejubelt en bevraagt. Voor de hoes werkte ze met fotograaf Cleo Campert; de bewuste foto toont haar halfnaakt in een leren tuigje met een opvallend, doelbewust seksueel element dat zij omschrijft als een ‘gigaclit’. Ze zegt klaar te zijn met scheren en wil met haar werk schaamte doorbreken — al vreest ze dat platenzaken de hoes niet in de etalage durven zetten.
Hartman, die ook ontwerpt (hij sprak over een kledinglijn en wees in het museum enthousiast op het reliëfwerk van Jan Schoonhoven), zoekt de provocatie op en reflecteert hardop op zijn publieke imago. Hij vertelt over de commotie rond zijn satirische Nationale vrouwenspotgids uit 2016, die destijds door vrouwelijke boekhandels als seksistisch werd ervaren. Daarbij verdedigt hij satire, maar erkent tegelijk hypocrisie rond zijn eigen blik op vrouwen: hij tekent vooral blote vrouwen en merkt dat hij daar door is gevormd. Het duo wisselt vlotte, confronterende opmerkingen uit over mansplaining en femsplaining; de sfeer blijft overwegend speels, maar wrijvingen zijn zichtbaar als ze ingaan op wie vrijheden krijgt en wie in het keurslijf wordt gedrukt.
Beide makers zijn museumbezoekers: Merol noemt kunstwerken soms als blijvende ‘vrienden’, Hartman grapte dat een museum voor hem ooit een soort crematorium voor kunst was, maar dat hij nu anders kijkt. In Voorlinden raken ze onder de indruk van belevingskunst zoals Maurizio Cattelans miniatuurlift en Leandro Erlichs Swimming Pool, en reageren ze op hyperrealistische sculpturen van Ron Mueck. De tijdelijke tentoonstelling van Claire Tabouret raakt hen aan: haar groepsportretten laten volgens Merol zien hoe jonge meisjes in een keurslijf gedrukt raken, een observatie waar Hartman aanvankelijk tegenin gaat maar die het gesprek verder voedt over sociale conditionering en zelfverzekerdheid.
Het interview brengt contrasten en overeenkomsten aan het licht: Merol gebruikt popmuziek om schaamte te doorbreken en ruimte op te eisen voor vrouwen, Hartman verdedigt zijn provocatieve houding maar erkent tegelijk dat ook hij slachtoffer kan zijn van patriarchale patronen. Het bezoek eindigt luchtig: Hartman koopt een poster van Tabouret en ziet in sommige werken een echo van een jongere Merol — het gesprek illustreert hoe kunst kan prikkelen, confronteren en verbinden.