Merkrechten van failliete autobouwer Spyker leveren slechts 350.000 euro op
In dit artikel:
Sportwagenfabrikant Spyker ging begin 2021 failliet. Sindsdien voerden curator Dennis Steffens en voormalig topman Victor Muller jarenlange juridische onderhandelingen over wie de schuldeisers zou compenseren; Steffens eiste aanvankelijk meer dan 3 miljoen euro van Muller en dreigde onder meer de merkrechten te verkopen en Muller aansprakelijk te stellen voor wanbeleid.
In september verkocht de curator uiteindelijk de merkrechten. Een maand later meldde Muller dat hij de merknaam weer in handen had via een schikking. De uiteindelijke opbrengst van die regeling viel echter veel lager uit dan verwacht: de deal bracht slechts 350.000 euro op, zo bevestigde Steffens aan RTL Z. Een eerder beoogd akkoord waarbij schuldeisers volledig schadeloos gesteld zouden worden kon niet doorgaan omdat Muller geen financiers vond.
In het slotverslag van het faillissement stelt de curator dat er geen uitkering mogelijk is aan de schuldeisers. Niet alles bleef leeg: de Belastingdienst is volgens Steffens volledig terugbetaald en Muller trof buiten het faillissement om regelingen met enkele crediteuren. Een deel van de 350.000 euro is gebruikt voor de kosten van de faillissementsafwikkeling; Steffens meldt dat hij bijna duizend uren aan de zaak besteedde.
Muller kondigde vorige maand aan dat hij in augustus in Californië een nieuw Spyker-model wil presenteren, waarmee hij probeert het merk weer nieuw leven in te blazen.