Mentale gezondheid van Groningers lijdt aantoonbaar onder aardbevingen
In dit artikel:
Nieuw onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en het UMCG toont aan dat de aardbevingen in Noord-Groningen samenhangen met een aantoonbare verslechtering van de mentale gezondheid van bewoners. Door gegevens uit de Lifelines-databank (waarbij 167.000 Noord-Nederlanders periodiek hun gezondheid delen) te koppelen aan KNMI-aardbevingsdata op postcodeniveau, konden onderzoekers precies vaststellen dat in gebieden met meer trillingen vaker klachten over depressie en angst worden gerapporteerd. De symptomen nemen over de jaren toe; het gaat niet altijd om acute, zware psychiatrische stoornissen, maar wel om een oplopende groep inwoners — naar schatting enkele tienduizenden — voor wie de problemen substantieel zijn.
Geestelijk verzorger Karel Jan Schoutens werkt regelmatig met gedupeerden en ziet een breed palet aan last: slapeloze nachten, chronische stress, gevoelens van machteloosheid en in sommige gevallen suïcidale gedachten. Bijzondere zorg ontstaat volgens hem vooral door de manier waarop overheidsinstanties met schadeafhandeling omgaan: veel mensen ervaren trage procedures, onduidelijkheid en een gevoel dat ze in de kou worden gezet. Dat gebrek aan vertrouwen in instituties versterkt de psychische klachten meer dan de bevingen zelf, zo blijkt uit gesprekken.
Schoutens richt zich vooral op mannen die niet snel hulp zoeken; hij bezoekt hen thuis en neemt veel tijd om te luisteren, iets wat volgens hem effectiever is dan een kort behandelgesprek. Opvallend is dat veel zwaar getroffenen, ondanks eigen leed, begrip hebben voor nationale belangen zoals energievoorziening tijdens crisissituaties. Hoewel de gaskraan inmiddels dicht is, blijven de nasleep en de frustratie over trage schadeafhandeling bestaan.
Onderzoeker Jochen Mierau waarschuwt dat bij grote beleidskeuzes — bijvoorbeeld infrastructurele uitbreidingen — de mentale en fysieke gezondheid consequent worden meegewogen en niet alleen economische baten. De studie benadrukt dat de sociale impact van technologische en bestuurlijke besluiten langdurig kan doorwerken in gemeenschappen.