Mensenrechtenhof: overheid hoefde MH17-stukken niet te delen
In dit artikel:
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg heeft geoordeeld dat Nederland geen verplichting had om interne kabinetsstukken over de afhandeling van de MH17-ramp openbaar te maken. Bij die ramp op 17 juli 2014 werd een passagiersvliegtuig boven Oost-Oekraïne neergehaald; alle 298 inzittenden kwamen om het leven.
NOS, RTL Nieuws en de Volkskrant hadden toegang geëist tot onder meer notulen van ministeriële overleggen en interne kabinetverslagen over de eerste politieke en ambtelijke reacties. De Nederlandse regering hield de ministeriële notulen geheim; sommige ambtelijke documenten werden slechts gedeeltelijk vrijgegeven en grotendeels zwartgemaakt. In 2017 bevestigde de Raad van State dat het kabinet die notulen mocht afschermen omdat vertrouwelijkheid zwaarder woog dan openbaarheid.
De media klaagden vervolgens bij het EHRM en beroepen zich op artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (persvrijheid en recht op informatie). Het hof nam aan dat de Nederlandse openbaarheidwet uitgaat van toegang als uitgangspunt maar ruimte laat voor wettelijke uitzonderingen. Het concludeerde dat de weigering van de kabinetstukken gebaseerd was op relevante en voldoende redenen, dat de geheimhouding gerechtvaardigd was en dat journalisten voldoende rechtsmiddelen hadden om de beslissing aan te vechten. Volgens het EHRM was er daarom geen schending van artikel 10; de uitspraak is definitief.
Achtergrond: de zaak benadrukt de afweging tussen staatsvertrouwelijkheid binnen het kabinet en het publieke belang bij transparantie, vooral bij gevoelige dossiers als MH17.