"Mensen willen niet veranderen" is een drogreden
In dit artikel:
In debatten over digitale soevereiniteit duikt steeds het gemakzuchtige argument op dat “mensen niet willen veranderen”. De auteur betoogt dat die stelling vaak geen neutrale observatie is, maar een retorisch schild van partijen die het meeste te verliezen hebben bij verschuivingen in de markt: gevestigde leveranciers en hun wederverkopers.
Consumenten, werknemers, studenten en overheden blijken wél bereid om van tools of diensten over te stappen wanneer de prikkel klopt — een lagere prijs, een verplichting vanuit de werkgever, wetgeving of de perceptie van een onmisbare innovatie. Historische voorbeelden illustreren dit: dominante producten als WordPerfect verdwenen niet omdat gebruikers veranderingsmijdend waren, maar omdat alternatieven aantrekkelijker werden; draaischijftoestellen (T65) maakten plaats voor mobiel bellen en mobiel internet, wat nieuwe omzetkansen schiep.
De tegenstand komt vooral van diegenen met een de facto-monopolie die vernieuwing uitstellen of tegenwerken om winst veilig te stellen. Zulke tactieken kunnen succes uitstellen, maar zelden definitief verhinderen. Degene die blijft volhouden dat gebruikers niet willen veranderen, ondermijnt uiteindelijk zijn eigen positie — een kortetermijnstrategie die zichzelf op de lange termijn fataal kan worden.
Kortom: beweeglijkheid van gebruikers is geen groot obstakel voor digitale transformatie; het grootste verzet komt uit de hoek van gevestigde belangen die hun marktaandeel willen beschermen.