Mensen kunnen terugkoppelen tot in het oneindige. Dat maakt ze bijzonder

donderdag, 1 januari 2026 (08:03) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Rens Bod, hoogleraar digital humanities aan de Universiteit van Amsterdam, publiceerde onlangs Het unieke dier. Op zoek naar het specifiek menselijke, een omvangrijk boek waarin hij in ruim 300 pagina’s honderden overeenkomsten en verschillen tussen mensen en andere levensvormen onderzoekt. Het gesprek vond plaats in zijn werkkamer in een UvA-pand in het centrum van Amsterdam; een Engelse vertaling is in voorbereiding, waarbij hij wil corrigeren op basis van opkomende kritiek.

Bod verzamelt voorbeelden uiteenlopend van varkens in de bio-industrie —die elkaar opzoeken en verzorgen ondanks erbarmelijke omstandigheden— tot de doeltreffende voedsellogistiek van slijmzwammen. Hij laat zelfs planten, schimmels en bacteriën aan bod komen: wortels die doelgericht groeien, planten die vluchtige stoffen uitstoten om soortgenoten te waarschuwen, en bacteriekolonies die esthetisch fraaie structuren vormen. Dat alles gebruikt hij om te tonen dat veel gedragspatronen bij mensen parallellen hebben in de rest van de natuur. Tegelijkertijd benadrukt hij epistemische bescheidenheid: over de vraag wat planten ‘ervaren’ weten we nog te weinig.

De centrale stelling van Bod is dat het onderscheidende menselijke vermogen niet één emotie of eigenschap is, maar onbegrensde recursie: het kunnen toepassen van een handeling op het resultaat van die handeling, en dat herhaaldelijk zonder duidelijke grens. Recursie verklaart volgens hem taalstructuren (ingebedde zinnen), tellen voorbij de beperkte aantallen die dieren bereiken, instrumentele voortbouw en het vermogen plannen te maken voor een toekomst zonder jezelf. Sommige dieren tonen enkelvoudige vormen van recursie; de stap naar onbegrensde, cumulatieve recursie ziet Bod als typisch menselijk — al erkent hij dat dit theoretisch is en weerlegbaar als bijvoorbeeld dolfijnen of orka’s hetzelfde systeem zouden hebben.

Methodologisch werkt Bod vanuit digital humanities: hij startte met distant reading en topic modeling op grote wetenschappelijke databanken (Web of Science), filterde tot een top-500 van relevante werken en voerde daarna intensief close reading en expertgesprekken uit. Dat zorgde voor een breed, interdisciplinair overzicht, maar nodigt ook uit tot kritiek — zo noemde cognitiewetenschapper Henkjan Honing het zoeken naar één exclusief kenmerk “merkwaardig” en pleitte voor combinaties van eigenschappen. Bod staat open voor kritiek en wil die verwerken in de internationale editie.

Praktische en morele consequenties komen ook langs: persoonlijk kon Bod na het schrijven geen vlees meer verdragen; hij stelt vragen over rechten voor andere levensvormen. Op maatschappelijk niveau waarschuwt hij dat onbegrensde recursie zowel enorme culturele opbouw (cumulatieve kennis sinds de landbouwrevolutie) als destructieve lussen kan voortbrengen — generatie-over-generatie vetes of technologische escalatie — en pleit hij voor begrip van mechanismen die een “stop-functie” mogelijk maken.

Kortom: Bod levert een breed, provocerend overzicht van continuïteit en verschil tussen mens en natuur, met als provocerende kernhypothese dat onze unieke kracht ligt in eindeloze recursie — een idee dat zowel wetenschappelijk toetsbaar als filosofisch en ethisch vruchtbaar is.