Mensen dansen op straat in Boedapest, Hongarije rekent keihard af met Viktor Orbán
In dit artikel:
Bij de Hongaarse parlementsverkiezingen heeft oppositieleider Péter Magyar met zijn partij Tisza een verpletterende overwinning behaald: rond middernacht, bij 96,37% van de stemmen, stond Tisza op 138 van de 199 zetels — ruim twee derde — tegenover 55 zetels voor Viktor Orbáns Fidesz en 7 voor extreemrechtse Mi Hazánk. De uitslag betekent het einde van Orbáns zestienjarige premierschap en veroorzaakte uitbundige feestelijkheden in Boedapest, waar mensen op pleinen en bruggen luisterden en toeterend verkeer de overwinning vierde.
Magyar zei dat kiezers hem een mandaat hebben gegeven om het „Orbán-systeem” af te breken: hij riep president, hoogste rechters en de hoofdaanklager op af te treden en beloofde de onafhankelijke instituties en het systeem van checks-and-balances te herstellen. Hij benadrukte dat Hongarije weer een betrouwbare bondgenoot van de EU en de NAVO zal worden.
De uitslag heeft ook internationale gevolgen — ze wordt gevoeld in Brussel, Moskou en Washington — en komt na jaren van spanningen tussen Hongarije en de EU, die onder Orbán twintig miljard euro aan fondsen bevroor wegens aantasting van de rechtsstaat. De opkomst was uitzonderlijk hoog (77,8%), vooral in steden. Onafhankelijke media, zoals het YouTubekanaal Partizán, speelden een belangrijke rol door kritische onthullingen te brengen tegen de door Orbán gecontroleerde gevestigde media. Nederlandse premier Rob Jetten feliciteerde Magyar en noemde de overwinning historisch.