Mels van B. trekt boetekleed aan in Barendrechtse zedenzaak: 'Ik heb steeds de verkeerde keuzes gemaakt'
In dit artikel:
De 46-jarige Mels van B. verklaarde vrijdag bij de vierde zittingsdag van de omvangrijke zedenzaak in Barendrecht dat hij niets gedaan heeft om het seksueel misbruik van 31 meisjes te voorkomen. Voorafgaand aan de laatste getuigenissen van vier ouders wilde hij zijn verklaring afleggen en erkende dat hij keuzes had gemaakt die tot het misbruik hebben geleid: „Ik had dat kunnen doen, maar ik heb steeds de verkeerde keuzes gemaakt.”
Deskundigen van het Pieter Baan Centrum stelden vast dat Van B. meerdere psychische problemen heeft, waaronder een autismespectrumstoornis, hyperseksualiteit en hebefilie — de aantrekkingskracht tot meisjes van ongeveer 11 tot 14 jaar. Van B. zei dat hij zich makkelijk achter die diagnoses zou kunnen verschuilen, maar koos er bewust voor dat niet te doen en verantwoordelijkheid te nemen voor zijn daden en de gevolgen daarvan.
Hij gaf toe dat hij ooit de mogelijkheid had om zijn gedragingen aan een psycholoog te bekennen, maar dat destijds niet gedaan heeft. Volgens hem had eerlijkheid destijds veel slachtoffers kunnen besparen, maar het belichten van zijn gedrag zou het ook concreet en openbaar hebben gemaakt, iets wat hij toen vermeed.
Na afloop van de slachtofferverklaringen benadrukte Van B. „oprecht spijt” te hebben van het drogeren en misbruiken van de meisjes. Een grote zorg bij ouders was of de door hem gemaakte beelden ooit zouden circuleren; Van B. stelde dat die opnames niet zijn verspreid.
Kort samengevat: tijdens het proces nam de verdachte afstand van het gebruik van zijn diagnoses als vrijbrief, erkende falen in het voorkomen en melden van zijn daden, en betuigde berouw, terwijl deskundigen en ouders het verloop en de impact van het misbruik bevestigen.