Meloni wil de rechterlijke macht hervormen, maar hoe zuiver zijn haar motieven?
In dit artikel:
Italië gaat zondag en maandag naar de stembus voor een referendum over een ingrijpende herordening van de magistratuur: de strikte scheiding van carrières tussen officieren van justitie (aanklagers) en rechters. Het wetsvoorstel, dat de Senaat op 30 oktober al goedkeurde, dwingt magistraten bij aanvang van hun loopbaan te kiezen voor één van beide paden, verbiedt later ‘van kamp te wisselen’ en splitst de huidige ene Hoge Raad voor de Magistratuur in twee afzonderlijke raden — met een nieuwe selectie via loting. De regering-Meloni en de rechtse coalitie presenteren dit als een noodzakelijke justitiehervorming; tegenstanders waarschuwen dat het de politieke greep op rechters juist kan vergroten.
Vooraanstaande critici zoals antimaffia-aanklager Nino Di Matteo verwerpen de maatregel als ontoereikend en gevaarlijk. Volgens Di Matteo pakt de tekst niet de concrete problemen aan — traagheid van processen, gevangenisproblematiek — maar opent zij wel de deur naar politieke inmenging. Tegenstanders wijzen op twee concrete knelpunten: de lekenleden van de nieuwe raden worden nog steeds via lijsten geselecteerd die het parlement opstelt, en tuchtaraadzaken komen in een aparte tuchtrechtbank waarin aanklagers en rechters toch weer gezamenlijk zitting hebben. Dat lijkt in tegenspraak met het streven naar volledige scheiding en voedt wantrouwen dat de politieke meerderheid eigen representanten kan plaatsen.
De hervorming bevat technische, maar ingrijpende veranderingen in benoemings- en tuchtprocedures. Voorstanders beargumenteren dat loting politieke patronage tegenhoudt; critici zeggen juist dat het parlement via de vooraf samengestelde lijsten de controle verplaatst. Di Matteo waarschuwt verder voor een „rechtspraak met twee snelheden”: zware vervolging van gewone misdrijven maar bescherming van witteboordencriminaliteit en elites. Hij plaatst de discussie bovendien in het bredere Italiaanse verleden van processen tegen politici met banden naar de maffia, en in de politieke traditie van rancune jegens rechterlijke instanties (zoals zichtbaar in de jarenlang conflict tussen Silvio Berlusconi en de zogenaamde „rode toga’s”).
De publieke kennis over de inhoud is beperkt: volgens Ipsos Doxa weet meer dan de helft van de Italianen weinig tot niets over de details, terwijl de regering intensief campagne voert om opkomst en een ‘ja’-stemming te bevorderen. Politiek staat veel op het spel: premier Giorgia Meloni wil niet eindigen zoals Matteo Renzi, die tien jaar geleden verloor na een eigen grondwetsstemming. Een ‘ja’ zou de huidige rechts-conservatieve meerderheid bevestigen; een ‘nee’ zou een zware nederlaag betekenen en signaleren dat veel kiezers wantrouwend staan tegenover de voorgestelde hervorming.
Kortom: het referendum lijkt technisch, maar heeft grote politieke en rechtsstatelijke implicaties voor de onafhankelijkheid van de Italiaanse rechterlijke macht en de balans tussen politiek en rechtspraak.