Meloni keert zich tegen westerse oorlogshaviken: Italië weigert steun aan aanval op Iran
In dit artikel:
De Italiaanse premier Giorgia Meloni heeft zich woensdag in het parlement fel gekant tegen de Amerikaanse/Israëlische luchtaanvallen op Iran en tegen het idee dat Italië daarin zou worden betrokken. Ze veroordeelde het bombardement op een Iraanse meisjesschool — waarbij volgens meerdere media 168 mensen omkwamen en dat mogelijk het gevolg was van een Amerikaanse aanval op een nabije marinebasis — en noemde het bloedbad een “slachting”. Meloni eiste dat de verantwoordelijkheid snel wordt uitgezocht.
Meloni benadrukte dat de Amerikaanse bases in Italië volgens afspraken uit de jaren vijftig alleen voor logistieke en technische taken worden gebruikt; het inzetten van Italiaans grondgebied voor offensieve aanvallen vereist expliciete toestemming van het parlement, en die zal zij niet geven. Haar standpunt komt mede voort uit binnenlandse weerstand: de Italiaanse bevolking is tegen betrokkenheid in een nieuw Midden-Oosters conflict, en hogere olieprijzen door oorlogen zouden zwaar op huishoudens drukken.
Haar kritiek sluit aan bij een groeiende groep Europese leiders — onder wie de Spaanse premier Pedro Sánchez, de Franse president Emmanuel Macron en, volgens de berichtgeving, ook de Nederlandse premier Rob Jetten — die de acties als juridisch problematisch en gevaarlijk bestempelen. Tegelijkertijd wees Meloni op de dubbele maat binnen haar eigen land: terwijl linkse oppositieleiders Sánchez prijzen voor soortgelijke uitspraken, bekritiseren zij haar om dezelfde lijn.
De stap van Meloni is opvallend omdat zij doorgaans als een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten wordt gezien; haar afwijzing van militaire escalatie benadrukt echter een nadruk op nationale soevereiniteit en economische belangen. In bredere zin wijst haar optreden op scheuren in de westerse consensus rond militaire interventies in het Midden-Oosten en op politieke gevoeligheden binnen Europa over deelname aan eventuele verdere escalaties.