Meeste partijen willen flink snijden in zorgkosten, zegt CPB na doorrekening

vrijdag, 10 oktober 2025 (14:27) - De Volkskrant

In dit artikel:

Het CPB en het PBL hebben de verkiezingsprogramma’s van tien Tweede Kamerpartijen doorgerekend en concluderen dat de meeste partijen het komende decennium flink op de zorg willen bezuinigen om de extra uitgaven voor defensie te dekken. Tien zittende partijen leverden plannen aan; PVV, SP, Partij voor de Dieren, FvD en Denk deden dat niet. De doorrekening kijkt ditmaal verder dan één kabinet en brengt effecten tot na 2030 in beeld.

Belangrijkste uitkomst: vrijwel alle deelnemers plannen structureel hogere defensie-uitgaven om te voldoen aan de nieuwe NAVO-norm voor 2035. CDA, VVD, D66, ChristenUnie, SGP en JA21 verhogen het defensiebudget met volgens het CPB voldoende middelen (samen goed voor de vereiste 19,3 miljard euro extra over tien jaar). Volt streeft ook naar de norm, maar financiert een deel via hogere EU-bijdragen. GL-PvdA en NSC kiezen voor een forsere maar minder vergaande toename (elk +8,4 mrd in 2035) en BBB voert met +6,3 mrd de kleinste defensiestijging door — net genoeg voor het NAVO-doel in 2030 maar niet daarna.

Om die defensiemiljarden vrij te maken rekenen partijen vooral op bezuinigingen in de gezondheidszorg. Veel programma’s willen de voorgenomen halvering van het eigen risico terugdraaien of het eigen risico zelfs verhogen; enkele partijen verhogen de eigen bijdrage voor verpleeghuiszorg en zeven partijen schrappen aanvullingen in het basispakket. Volgens CPB-directeur Pieter Hasekamp kunnen deze keuzes de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg voor lage inkomens op lange termijn aantasten.

Op andere beleidsterreinen levert de doorrekening grotendeels voorspelbare verschillen op: linkse partijen scoren beter op klimaat en stikstof, rechtse partijen minder. ChristenUnie presteert goed op beide dossiers; JA21, BBB en het NSC scoren negatief voor duurzaamheid (NSC verhoogt zelfs de uitstoot). Op het terrein van houdbaarheid van de staatsschuld valt de SGP op als relatief zwak, vooral doordat die partij beleid voert dat de arbeidsparticipatie van vrouwen ondermijnt — wat de economische groei en belastinginkomsten drukt. De VVD springt er daarentegen uit als aanjager van werkgelegenheid en heeft samen met JA21 de geringste schuldtoename.

Woningbeleid is een prioriteit; zeven van de tien partijen weten de woningvoorraad met hun plannen te laten groeien. Instrumenten verschillen: een aantal partijen (GL-PvdA, D66, ChristenUnie, CDA, Volt) wil de hypotheekrenteaftrek afbouwen om prijzen te drukken, en velen kiezen voor subsidies en verlichting voor corporaties. JA21, SGP en BBB slagen er niet in het aanbod te vergroten.

Grote stelselherzieningen van belastingen en toeslagen blijven grotendeels uit. Slechts Volt, ChristenUnie en JA21 durven ingrijpende wijzigingen aan; Volt wil het verst gaan door toeslagen en fiscale kortingen te vervangen door een basisinkomen per huishouden. Het CPB waarschuwt dat radicale vereenvoudiging de mogelijkheden om koopkrachtgericht bij te sturen beperkt en sommige groepen harder kan raken.

Tot slot benadrukt het CPB dat de doorrekening geen raming is: sommige maatregelen zijn niet binnen een kabinetsperiode uitvoerbaar, maar zijn toch meegenomen om de intenties en langetermijngevolgen van de partijen inzichtelijk te maken.