Meer zien door te combineren: DNA in de lucht verrijkt monitoring biodiversiteit
In dit artikel:
Wageningse onderzoekers hebben in de lente van 2023 onderzocht hoe betrouwbaar het verzamelen van dierlijk DNA uit de lucht (airborne eDNA) is voor biodiversiteitsmonitoring. Onder leiding van dierecologen Marcel Polling en Femke Warmer vergeleek het team in voedselbos Ketelbroek (bij Groesbeek) vier weken lang luchtbemonstering met drie gangbare technieken: veldwaarnemingen door een vogelecoloog, akoestische monitoring (opnames van vogels en vleermuizen geanalyseerd met AI) en cameravallen voor zoogdieren.
De belangrijkste uitkomst is dat lucht-DNA voor een groot deel dezelfde soorten detecteert als de andere methoden, en daarnaast eigen aanvullingen levert. Luidruchtige, hoorbare vogelsoorten die in de akoestische data opdoken, werden ook via lucht-DNA teruggevonden. Tegelijk bracht de eDNA-bemonstering soorten aan het licht die met camera’s of visuele tellingen moeilijk te vinden zijn, zoals kleine knaagdieren, invasieve exoten (wasbeer, muskusrat) en een reeks nachtactieve vogels (bijv. uilen). Daarmee toonde lucht-DNA zich breed inzetbaar: het kan veel soorten tegelijk detecteren ongeacht zichtbaarheid of geluid.
Tegelijkertijd heeft elke methode duidelijke beperkingen. Cameravallen blijken vooral geschikt voor grotere zoogdieren; akoestische monitoring presteert uitstekend bij zingende soorten, maar AI-identificatie (BirdNET) maakte soms fouten, vooral bij soorten die andere dieren imiteren. Lucht-DNA geeft vooral informatie over aanwezigheid van genetisch materiaal, niet over aantallen dieren of hun precieze locatie. DNA kan afkomstig zijn van kortstondig aanwezige dieren of via wind van verderop aangevoerd materiaal; dat verklaart bijvoorbeeld de vondst van meerdere papegaaiachtigen die vaak door mensen gehouden worden. De maximale transportafstand van DNA via de lucht blijft onduidelijk en vraagt vervolgonderzoek.
De onderzoekers concluderen dat lucht-DNA geen volledige vervanging is voor traditionele methoden, maar een waardevolle aanvulling. In combinatie met camera’s, geluidsopnames en veldwaarnemingen levert het een completer beeld van lokale biodiversiteit en maakt het monitoring sneller en minder verstorend. Voor natuurbeheer en beleidsvorming kan dit de kwaliteit en efficiëntie van gegevensverzameling verbeteren, mits beperkingen rond kwantificering en herkomst van DNA verder worden onderzocht.