Meer veilige broedplekken voor meeuwen = minder overlast in steden

donderdag, 26 februari 2026 (08:32) - Vogelbescherming

In dit artikel:

Zilvermeeuwen en kleine mantelmeeuwen ondervinden steeds meer problemen omdat hun traditionele broedplaatsen verdwijnen en het voedsel op zee afneemt. Havens worden uitgebreid, duingebieden raken dichtgegroeid, recreatie verstoort broedgebieden en predatie door vossen neemt toe. Omdat ze afhankelijk zijn van de Noordzee voor voedsel — en een belangrijke rol spelen in het kustecosysteem door aas op te ruimen en prooien in balans te houden — is hun achteruitgang een signaal voor bredere veranderingen op zee. Meeuwen zoeken daardoor steeds vaker het land op.

In 2021 formuleerden natuurorganisaties, terreinbeheerders, havenbedrijven en onderzoekers de Meeuwenvisie Zuidwestelijke Delta om deze trend te keren. Dankzij subsidie uit Natuurversterking Noordzee — een publiek-private samenwerking met onder meer het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, industrie en ngo’s — kan het plan nu uitgevoerd worden. Jeroen Vis, programmamanager van Natuurversterking Noordzee, zegt: “Met dit programma werken we aan het herstel van meeuwenpopulaties, wat bijdraagt aan een gezonde en veerkrachtige Noordzee. Dit biedt ook ruimte voor toekomstig duurzaam gebruik, zoals de uitbreiding van windparken op zee.”

Concreet omvat het project meerdere maatregelen in de Zuidwestelijke Delta en havengebieden:
- Plaatsing van circa 200 ‘meeuwenhubs’ op daken in de havens van Rotterdam, North Sea Port (Vlissingen) en Antwerpen; bedrijven kopen ze aan en krijgen advies van Vogelbescherming Nederland en Vlaanderen.
- Herstel van broedeiland De Spuitkop (Markiezaat) door Brabants Landschap door oprukkende begroeiing te verwijderen en het terrein met zout te behandelen, zodat open broedgrond terugkeert.
- Meer rust en betere bereikbeheer op Neeltje Jans door Natuurmonumenten: hekken, bewegwijzering, aanpassingen bij toegangswegen en het verwijderen van duindoorn om dichtgroeien tegen te gaan.

Hoewel het project zich richt op meeuwen, profiteren ook andere kustbroedvogels (zoals stormmeeuw en dwergstern) van de maatregelen. Het programma monitort broedsucces, voedselbeschikbaarheid en vogelverplaatsingen en deelt de opgedane kennis, zodat succesvolle aanpakken ook elders toegepast kunnen worden — bijvoorbeeld in het Waddengebied.